paulgielen.reismee.nl

"Think globally, act locally"

Als aanvulling op mijn laatste update moet ik jullie het volgende onder de aandacht brengen:

Hier in McLeodGanj (en in meerdere plaatsen in India) wordt vanalles gedaan om de vluchtelingen uit Tibet onder te brengen, van voedsel te voorzien en bij te scholen. Met name dit laatste kost enorm veel en iedere Tibettaan wilt graag naar school om Engels te leren. Maar de scholen hier zijn echt sober ingericht en zijn nauwelijks voorzien van materiaal. Er is een man in dit dorp, Karma Lodue, die van alles organiseert om geld in te zamelen, maar vaak moet hij zelfs nog uit eigen zak betalen.

Ik ben de afgelopen twee maanden verschillende personen en instanties tegengekomen die donaties nodig hebben en daar wil ik jullie niet mee lastig vallen, maar ik vind gewoon dat deze mensen het echt nodig hebben en als er iemand is die het verdient om gesteund te worden,dan zijn het wel de Tibettetanen. Zelf heb ik al het een en ander gegeven, maar ik denk dat jullie thuis momenteel meer geld te makken hebben dan ik. Ik wil jullie dan ook vragen om iets te doneren. Maakt niet uit wat. Zij zijn blij met niets, maar ze hebben zoveel nodig.

Als je je geroepen voelt, zijn hier de bankgegevens:

Karma Lodue

Punjab National Bank - TCV - DAL - Branch

P.O. Cantt, Distt kangra. H.P. India - 176216

Rekeningnummer: 4478000100218928

Swift code: PUNBINBBDIB

Mocht je contact met hem willen opnemen is hier zijn e-mailadres: [email protected]

Je kunt zelf kiezen of je eenmalig of maandelijks wilt doneren. Bedankt voor het lezen en namens de Tibettanen in McLeodGanj bedankt voor jullie steun.

Zelfs het paradijs stinkt een beetje

Ik moest en zou dus zo snel als mogelijk Delhi achter me laten, dus afgelopen woensdag nam ik de nachttrein naar Amritsar. De nachttrein is echt de beste manier van reizen die ik tot nu toe heb meegemaakt. Je stapt in een oude trein, waar iedereen op elkaar gepropt zit, maar iedereen is vriendelijk. Vanaf het moment dat je gaat zitten, delen ze voedsel met je, vertellen ze verhalen (ook al versta je er jota van) en vragen je de kleren van het lijf. Als je moe bent, klap je je bed uit en ga je gewoon slapen en de bedden zijn overigens helemaal niet oncomfortabel. En het mooiste is dat, als je wakker wordt, je op de plaats van bestemming bent aangekomen. Je hebt de rest van de dag om je ding te doen en het spaart geld uit voor een accomodatie. Echt super.

Donderdagochtend om 7.00uur kwam ik aan in Amritsar. Deze plek was al bijna net zo erg als Delhi, behalve in het complex van de Golden Temple. Dit complex is echt prachtig. Iedereen liep daar op blote voeten, dus ik ook. Ik snap nog steeds niet hoe de mensen mijn aanwezigheid hebben overleefd, nadat ik me twee dagen niet gedouched had, maar goed... Binnen in het complex heerst een enorm vredige sfeer. Het is net alsof de hele stinkende Indiase buitenwereld niet bestaat. Zelfs de bewakers zijn vriendelijk. Een bewaker vroeg wat ik in mijn tas had. Ik had net zo goed twee kilo heroine, vier kilo tnt en een sigaret bij me kunnen hebben, want hij geloofde me direct op mijn woord, zonder in de tas kijken. Rond 9.00uur werd er gratis ontbijt uitgedeeld en daar moest ik uiteraard bij zijn. Ik voel me eigenlijk best wel schuldig, want ik heb me helemaal volgestopt en ik heb niets gedoneerd. Shame on me...

Aangezien er in de rest van Amritsar geen drol te doen was, heb ik dezelfde middag de bus naar McLeodGanj genomen. De busrit was minstens net zo erg als de gemiddelde rit in Mozambiek. Na acht uur lang optrekken, afremmen en toeteren kwam de bus eindelijk aan, maar het was het waard, want vanaf het moment dat ik voet op aarde zette, kreeg ik het aloverheersende gevoel dat ik in het paradijs was beland en dat gevoel heb ik nog steeds. Alles wat je nodig hebt, vind je hier: Restaurantjes, cafes, goedkope hotels, internetcafes, kraampjes en reisbureaus. Overal verkopen ze chocoladecakes en brownies, de een nog lekkerder dan de ander. Ik heb er dan ook mijn missie van gemaakt om van ieder cafe een stuk cake te proeven. Overal worden massage- en jogacursussen aangeboden, dus uiteraard kon ik deze ook niet overslaan. De leraar van de jogacursus was echt hilarisch: 'This exercise make legmuscles flexibeeeeel. No tensiooooooon.' Het was onmogelijk om me te concentreren bij deze gast. De massagecursus was eigenlijk een vijfdaagse cursus, maar deze werd in twee dagen gepropt. Het was vermoeiend, maar ik kan nu wel een full-body massage geven. Relaxed! Iedere dag is er 'converstation class'. Dat houdt in dat je daar met Tibettanen gewoon gezellig kunt kletsen over van alles en nog wat, om hun Engels te verbeteren. Hier ben ik dan ook drie keer naartoe geweest en he, mede hierdoor, meer inzicht gekregen in de situatie waarin Tibettanen zich bevinden. Daarnaast hebben we ook gewoon gekletst over sport en films. Het grappige is dat alle monniken met wie ik heb gesproken, hoe vredelievend ze ook zijn, helemaal weg zijn van kung-fufilms.

McLeodGanj is het toevluchtsoord van de Dalai Lama en dit plaatsje wordt dan ook grotendeels bevolkt door Tibettanen. Als er een volk ter wereld is waar je respect voor moet hebben, dat is het wel dit volk. Ze zijn en blijven vriendelijk, zijn tevreden met hun lot, ook al heeft 99% van de Tibettanen Tibet moeten ontvluchten en ze koesteren zelfs geen haatgevoelens tegenover de Chinezen. Afgelopen dinsdag was er een monnik die vertelde over hoe hij door de Chinezen werd behandeld en hoe hij Tibet was ontvlucht. Niemand ademde toen hij zijn verhaal vertelde. Maar het meest indrukwekkende vond ik nog dat, toen ik hem vroeg wat hij zou doen of zeggen als hij de Chinezen, die hem zo vreselijk hadden behandeld, zou tegenkomen. Hij antwoordde met een glimlach dat die Chinezen geen keus hadden en dat ook hun leven ervan hangt. Ik wist niet meer waar ik moest kijken. Hij was gewoon in staat om het ze te vergeven.

Als je trouwenseen indrukwekkende docementaire wilt zien, zoek dan naar: 'The cry of the snow lion.' Tijdens het zien van deze docementaire kreeg ik echt een krop in mijn keel en na afloop was ik zeker 10 minuten niet in staat om een zinnig woord uit te brengen.

Ook al is dit het mooiste stukje aarde dat ik ooit heb gezien, het blijft nog steeds India. Dus de auto's en motoren razen ook hier door de steegjes en toeteren als een malloot, gelukkig niet zo erg als in Delhi en overal zie je hopen vuilnis liggen. Sommige hotels zijn smerig, zoals mijn eerste hotel, waar de wc twee dagen verstopt was en de bruine smurrie de hoek om kwam kijken. Maar dit alles valt helemaal in het niet bij de hele sfeer die hier heerst.

Met een traan in mijn oog vertrek ik vandaag uit dit paradijs, want er is nog veel meer van de wereld te zien. Maar ik weet zeker dat ik hier ooit nog een keer terug kom.

Gekkenhuis

Voordat ik begin met mijn verhaal, wil ik jullie eerst enorm bedanken voor jullie reacties. Als ik zie hoeveel mensen mijn verhalen lezen en hoeveel leuke en motiverende reacties, doet me dat echt goed. Met name als ik even een dip heb, helpt het echt om jullie reacties te lezen.

Zaterdag werd het tijd om Zuid-Afrika te verlaten. Om 12.40uur vertrok mijn vlucht naar Hong Kong, om van daaruit naar Delhi te vliegen. Een belachelijke omweg, maar aangezien het wat ver was om te zwemmen, had ik geen keus. De vlucht duurde zo'n 12 uur en wat was ik blij dat er genoeg films waren om te kijken. Het zouden anders twaalf zeer saaie uren zijn geweest. In totaal heb ik zo'n twee uur slaap gehad en toen het vliegtuig aankwam in Hong kong om 7.00uur (lokale tijd), was ik dan ook helemaal gebroken. Aangezien de vlucht naar Delhi pas om 22.20uur (wederom lokale tijd uiteraard) vertrok, had ik heel wat tijd te doden op het vliegveld. Ik had nog geprobeerd om daar wat slaap in te halen, maar ik denk niet dat ik in totaal meer dan anderhalf uur slaap heb gehad. Op het vliegveld liep ongeveer de helft van de mensen rond met een mondkapje. Dat gaf me echt een veilig gevoel. Ik moet overigens zeggen dat de prijzen op dit vliegveld reuze meevielen. Ik had echt woekerprijzen voor een simpele maaltijd verwacht.

Om 22.20uur had ik dus mijn vlucht naar Delhi. Deze vlucht was heel wat minder aangenaam. Een tip voor (aanstaande) moeders: Neem geen kinderen jonger dan 4 jaar mee. De overige passagiers gaan je echt haten. Mijn God, het was echt een jankorkest aan boord. Ik was dan ook heel blij toen het vliegtuig om 2.00uur lokale tijd landde (en weer had ik maar een uur slaap gehad). In Delhi werd ik opgehaald door een taxichauffeur die door de hostel was gestuurd. Hier was ik echt blij om, want ik wilde gewoon zonder nog meer rompslomp naar bed. De hostel was best aangenaam, de kamer was best ruim en het bed lag heerlijk.

De volgende morgen was het tijd om kennis te maken met Delhi. Als je er ooit aan denkt om naar Delhi te komen, knoop dan dit goed in je oren: Vergeet wat je moeder je heeft geleerd wat betreft normen en waarden, knijp je neus dicht en ga over op de gevoelloze-klootzak-modus en je valt misschien niet dood neer bij de eerste aanblik van Delhi. Zwervers, de helft heeft een verminking, liggen langs de straat, samen met de straathonden, taxichauffeurs vallen je met legers tegelijk aan om je een rit te verkopen en verkeersregels zijn er niet. Als er twee rijbanen zijn, rijden de auto's, motoren, taxi's en ricksha's (fietstaxi's) met z'n drieen naast elkaar. Zijn er drie rijbanen, rijden ze met z'n vijven naast elkaar. Toeteren betekent hier in India zoiets als: Aan de kant of: Sodemieter op. Geloof me: Iedereen toetert op straat, behalve de ricksha's, want die hebben geen toeter.

De wijk waar mijn hostel zich bevindt, The New Tibetan Colony (in Old Delhi), is best een aangename plek om doorheen te wandelen. Er zijn hier best veel leuke restaurantjes en kraampjes en zoals de naam als zegt, lopen hier behoorlijk veel Tibettanen rond in originele (rood-gele) klederdracht en leiden hier hun dagelijks leven. Vooral dit laatste was echt een verassing. Ik zou hier heel graag foto's van willen maken, maar ik wil niet overkomen als een dierentuintoerist, dus heb ik op sommige momenten vanuit een geniepig hoekje een stiekeme foto genomen. Gisteren heb ik voor de eerste keer in mijn leven met twee Tibettanen gepraat. Ik heb altijd enorm tegen ze opgekeken en ik wist me dan ook helemaal geen houding te geven. Dat was echt te erg, want ze willen gewoon behandeld worden als ieder ander. Het gesprek kwam dan ook niet veel verder dan waar we vandaan kwamen en hoe het daar was.

Aangezien ik geen afgestompte, gevoelloze klootzak ben, wilde in zo snel als mogelijk weg uit Delhi. Gisteren heb ik een poging ondernomen om een treinkaartje te bemachtigen voor de nachttrein naar Amritsar. Het is me gelukt, maar het heeft me vijf uur van de dag (en vijf jaar van mijn leven) gekost: Eerst met de ricksha naar de metro en van daaruit naar het treinstation. Dat was geen probleem, maar om daar het toeristenbureau te vinden (een professioneel en zowat het enige echte betrouwbare bureau in Delhi), was een ongelofelijke opgave. Na 1,5 uur zoeken kwam ik daar aan en na daar nog eens drie kwartier te hebben gewacht, vertelden ze me dat ze geen genoegen namen met een kopie van mijn paspoort. Dus kon ik weer terug om mijn paspoort op te halen en de hele geschiedenis herhaalde zich.

Ik hoop dat jullie kunnen begrijpen dat ik weinig zin heb om de toeristische plekken van Delhi te bezoeken, dus de foto's hiervan moet ik jullie schuldig blijven. Wel heb ik aardig wat foto's van dit gekkenhuis gemaakt die ik zo snel mogelijk zal uploaden.

Out of Africa

Dit is mijn laatste update vanuit Afrika en het gevoel hierbij is dubbel. Van de ene kant vind ik het jammer dat ik Afrika moet verlaten, want ik begin hier net gewend te raken. Van de andere kant weet ik dat Afrika geen land is waar ik voor de rest van mijn leven zal blijven. Bovendien weet ik gewoon dat ik weer een geweldige tijd zal hebben in India, ook ben ik nu supernerveus. Het is immers weer een sprong in het diepe. Maar goed, genoeg sentiment. Jullie willen natuurlijk weten wat ik weer heb uitgevreten...

Nadat ik in totaal vier dagen en nachten in de Turtle Cove in Tofo heb gespendeerd en bij ben gekomen van mijn zeeziekte, begon ik mijn terugreis richting de smerige en stinkende stad Maputo. Maar ik vond het zonde om niet nog een andere dorp te bezoeken. Een reisgids vertelde me dat er een oude vrouw in Quissico woonde die een hostel runde. Van hem kreeg ik het telefoonnummer. Het is natuurlijk overbodig om te vertellen dat ik dit nummer heb gebeld en een afspraak heb gemaakt en de volgende dag zat ik bij Jaji thuis. Ze is echt de liefste vrouw die ik onderweg ben tegengekomen. Hier in Quissico kreeg ik mijn eerste reizigersdip. Ik zag het even helemaal niet meer zitten en alles wat klote. Zij heeft me er echt geweldig bovenop geholpen doorgewoon lekker met me te kletsen. Ze heeft me enorm gerust gesteld door te vertellen dat dit niet meer dan normaal is en dat ik er vanzelf wel bovenop kom als ik maar mijn rust neem. Overigens heeft ze geen rooie cent gevraagd voor de twee nachten dat ik daar heb geslapen, het ontbijt en de maaltijden die ze voor me heeft gevraagd. Echt een topvrouw!

Op de een of andere manier vond ik Quissico niet de juiste plaats om deze rust te nemen. Het is een heel mooi dorp, maar ook heel ruw en primitief. Ik voelde me hier niet echt op mijn plaats, dus besloot ik om met het openbaar vervoer weer terug te gaan naar Maputo. Niet dat ik hier mijn rust zou vinden, maar van hieruit kon ik naar Swaziland. Jullie weten inmiddels al ik Maputo een smerige stinkende stad vind, dus is het niet nodig om te herhalen dat ik Maputo een smerige stinkende stad vind. De hostel, The Base, was overigens wel een heel aangename verblijfplaats, in tegenstelling tot Fatima's Place, de hostel waar ik de week tevoren heb overnacht.

Zondagochtend rond 9.00 uur kon ik desalniettemin niet wachten om op de bus naar Swaziland te stappen. Na een halfuur door de smerige stinkende straten van Maputo te hebben gezworven, vond ik eindelijk het busstation. In deze bus had ik voor de eerste keer sinds ik in Afrika ben een leuk, vriendelijk gesprek met non-backpackers, zonder dat er iets bij was en zonder dat ze iets van me wilden. Wat had ik dit gemist. Gewoon lekker kletsen met de lokale bevolking. De jongen in kwestie kwam uit Swaziland en hij wist precies te verwoorden wat ik al die tijd voelde: De meeste (let wel: de meeste!!) mensen in (Zuid-)Afrika kennen niet de werkelijke waarde van het woord vriendschap. Voor hen is een vriend iemand die ze helpt te overleven en ze zijn dan ook aardig tegen je omdat ze hulp nodig hebben of nodig kunnen hebben in de nabije toekomst en daarom noemen ze je al heel snel 'vriend'. Voor mij is een vriend heel bijzonder en ik kan ook niet zomaar iemand een vriend noemen. Ik begrijp wel waarom ze deze instelling hebben, maar ik kan me hier gewoon niet mee identificeren.

Swaziland was heel anders dan de rest van ieder geval zuidelijk Afrika. Net als in de bus zijn de mensen hier ongelofelijk en oprecht (althans voor mijn gevoel) vriendelijk. Natuurlijk waren er nog steeds de buschauffeurs die naar me toe kwamen met 'Hey friend, do you need a ride?' en natuurlijk poeierde ik ze heel vriendelijk af met 'No thank you my man!', maar Jan met de Pet is hier veel oprechter. Hier in Swaziland had ik me dan ook echt de tijd genomen om tot rust te komen. Wel ben ik twee middagen naar een weeshuis geweest en daar heb ik geholpen om de bibliotheek wat op orde te brengen, want dat was een puinhoop(zie foto) en om de leerkrachten wat te ondersteunen tijdens activiteiten. Ik heb bewust tot het einde verzwegen dat ik zelf leerkracht ben, want vanaf het moment dat ik het vertelde, werden ze nerveus en begonnen ze zich te verantwoordenen dat is het laatste dat ik wilde. Maar ik heb het hier echt naar mijn zin gehad.

De laatste Swazi-dag ben ik naar een wildpark gegaan, weer met openbaar vervoer. Met de auto zou je er waarschijnlijk binnen een halfuur zijn, maar het vinden van de juiste bus, wachten tot de bus vol is, overstappen, weer wachten tot de bus vol is nam in totaal 3 uur in beslag. Maar goed, dat weet je van tevoren. Toen ik in Hlane National Park aankwam, was net de wandelaars groep vertrokken voor de volgende game-drive (is een autorit door het park) waren nog geen nieuwe aanmeldingen. Nadat ik even had gewacht en een beetje zielig had gekeken, regelde de meid achter de balie een privewandeling voor me van ongeveer 2 uur. Dit is weer het bewijs van de oprechte vriendelijkheid van de mensen in Swaziland. De wandeling was geweldig (en heet). We liepen tussen de heushoorns door en moesten verschillende keren omlopen vanwege de wind. Als de wind verkeerd staat, ruiken ze je en ben je de zak. Gelukkig is hun zicht verschrikkelijk slecht. Hetzelfde geldt voor de ofifanten die we zagen. De adrenaline gierde echt door mijn lijf. Ook zagen we een drinkende giraffe, wat behoorlijk uniek is, wat ze zijn op dat moment bijzonder kwetsbaar en daarom extreem op hun hoede. We hebben dan ook een kwartier moeten wachtenop dit magische, vijf seconden durende, moment.

Gisteren werd het tijd om naar Johannesburg te gaan. Dit vind ik niet de moeite waard om over uit te wijden. Het is gewoon een grote stad, vergelijkbaar met een Amerikaanse stad. De hostel ligt dichtbij het vliegveld, dus morgenvroeg kan ik danook nog even uitslapen voordat ik naar India ga. Daar ga ik waarschijnlijk de grootste cultureshock van mijn leven krijgen, dus ik kan me maar beter mentaal voorbereiden.

It's magic...

Ik was dus aangekomen in Durban en na daar mijn creditcardproblemen te hebben opgelost, vertrok ik naar St. Lucia. In eerste opzicht lijkt dit een overtoeristisch dorp, maar als je de hoofdstraat uit loopt, kom je in een ongelooflijk prachtig stuk natuur terecht, waar de cheeta's, nijlpaarden en krokodillen in het wild leven. 's Avonds lopen ze zelfs over de straten van St. Lucia. Ik wist niet wat ik zag toen ik daar meneer en mevrouw Hippo langs de straat zag staan herkauwen. In dit plaatsje heb ik ook Gina leren kennen, een hele lieve meid die in Australie woont. Jammer dat van haar afscheid heb moeten nemen, maar in Australie mag ik een tijdje bij haar intrekken, dus ik heb iets om naar uit te kijken.

Na St. Lucia was het tijd om naar Kosi Bay, vlakbij de grensvan Mozambique, te trekken met het openbaar vervoer. In een gat waar ze geen Engels spreken, is het best moeilijk om de bus naar de juiste bestemming te vinden.

'Is this the bus to Kosi Bay?'

'Wha?'

'Kosi Bay?'

'Bay?'

'Yes, Kosi Bay. Is this the bus?'

'Yes, Bay, Bay. This bus yes.'

Toen ik in de bus zat, kwam ik er gelukkig nog op tijd achter dat dit de bus naar Richards Bay was, een plaats ongeveer 200km ten zuiden van Kosi Bay. Maar goed, uiteindelijk kom ik toch altijd waar ik zijn moet en naar een rit van ongeveer4 uur was ik dan toch waar ik zijn moest. Kosi Bay is echt idyllisch plaatsje, ruw en onaangetast door toeristen. De eigenaar van de hostel, een aardige, maar wat gefrustreerde man, bracht me de dag daarna naar de grens.

Na een uur bij de grens op mijn paspoort te hebben gewacht, was ik welkom aan de andere kant. Voor 50 rand kreeg ik daar een lift naar Maputo. In eerste instantie was ik heel blij dat ik zo snel een lift kon krijgen, maar toen ik samen met drie anderen achter in een auto gepropt werd, verging me de vreugde al enidszins. Toen de chauffeur ook nog eens als een baviaan met een prostaatinfectie met pakweg 100 km per uur over een hobbelige zandweg knalde, verging mij de lolvan de rit helemaal. Ik werd echt alle kanten opgeslingerd en de onderdelen van de auto begonnen los van elkaar te komen. Het hoogtepunt van de rit was toen, nadat ik weer eens door de auto was geslingerd, de ruit waar ik tegenaan zat eruit knalde. Geloof me, dit maakte de rit er niet comfortabeler op.

De goden waren me weer eens gunstig gezind, want ik heb het daadwerkelijk gered tot aan Maputo. Maar vanaf het moment dat ik in Maputo aankwam, voelde ik me doodongelukkig. Ik moest dan ook direct weg uit deze in het verleden door oorlog geteisterde stad. De volgende ochtend vertrok een directe shuttle van Maputo naar Tofo. Met een man of veertien zaten we in de bus. Deze rit was ook weer een avontuur op zich. Iedere keer als de bus ergens stopte, kwamen er minstens tien Afrikaantjes, als vliegen op de stroop, op de bus afrennen om iets te verkopen. Je kunt het zo gek niet bedenken, van fruit (dat overigens van behoorlijke kwaliteit was) kettinkjes tot pollepels. Je kunt me van Afrikanen zeggen wat je wilt, maar volgens mij zijn het tovenaars. Iedere keer als je denkt dat de bus vol is, weten ze nog wel ergens een plaats vandaan te toveren om iemand anders mee te nemen.

Na een rit van acht uur (ja, je leest het goed) kwamen we dan eindelijk aan in Tofo, een plaatsje in de middle of nowhere. Een pinautomaat vind je alleen in een dorp 10 km verderop en hetzelfde geldt voor fatsoenlijk internet. Ze hebben hier een markt, waar je zo goed als alles kunt krijgen en een klein restaurantje genaamd Black en White. Hier kun je je voor tussen de 50 en 100 matika's (omgerekend ongeveer 1,25 en 2,50 euro) volstoppen met rijst en vis, dat ook nog eens ongelooflijk lekker is.

Gisteren ben ik gaan snorkelen en gaan duiken. Als ik niet tot twee keer achter elkaar toe zeeziek was geworden, had ik best kunnen genieten van de walvishaaien, roggen, dolfijnen, inktvissen en het koraal waar we tussendoor en langs zwommen. Echt een ongelooflijk prachtig, maar op sommige momenten ook angstaanjagend gezicht. Zeker als je in een keer een walvishaai voor je neus ziet opduiken en recht op je af ziet komen. Ze doen niets, maar ik schrok me echt helemaal lijp. Jammer dat ik hier geen foto's van heb kunnen maken, maar van de andere kant ben ik ook wel blij, anders kon je op iedere foto het groengele gezicht van een extreem zeezieke 26-jarige Nederlander zien.

Hardcore Afrika

Voordat ik begin aan mijn nieuwe update, wil ik graag een kanttekening plaatsen bij mijn vorig verhaal. Ik heb me wat negatief uitgelaten ten opzichte van de bevolking hier, maar dat was mijn ervaring op dat moment. Ik wil niets veranderen, want op dat moment meende ik dat, maar bedenk dat je dat gedeelte moet lezen met in je achterhoofd dat ik even de smoor in alles had.

De volgende plek die ik na Chintsa aandeed, was Coffee Bay. Echt, als er een hostel in Zuid-Afrika die je bezocht moet hebben, dan is het de Coffee Shack in Coffee Bay dus. Dit is echt Zuid-Akrika in een notendop. De koeien, schapen en honden lopen over straat, het dorp bestaat uit pakweg vijftig huizen, die verspreid staan over een x-aantal vierkante kilometer, kinderen zwerven over straat (het was vakantie) en de winkels hebben geen melk. Maar de bevolking hier is enorm warm, vriendelijk enalles hier is spotgoedkoop.Hier heb ik dan ook flink gebruik van gemaakt. Het enige nadeel is dat veel goedkope dingen samen toch best duur worden.

Na twee dagen kreeg ik een lift van twee Zwisterse jongens naar Unzumbe, een heel klein plaatsje met een prachtig hostel, genaamd Mantis en Moon. Palmbomen, een bar met pokertafel en een jacuzzi, wat kun je nog meer wensen. Maar goed, na twee dagen daar rondhangen gaat ook dit best wel vervelen, dus op naar Durban.

In Durban ben ik maar een avond gebleven, maar deze avond was best memorabel. We waren namelijk op zoek naar een leuke plek om uit te gaan, maar daarvoor hadden we een taxi nodig. Op zich zijn die hier niet zo moeilijk te vinden,maar ze lichten je op waar je bij staat. Een taxichauffeur wilde ons dan ook 50 rand (5 euro dus) rekenen voor een belachelijk kort ritje. Nou, dikke vinger dus. Niet meer dan 30 rand, 10 rand per persoon dus,kon hij krijgen en hier ging hij vreemd genoeg direct mee accoord, dus waarschijnlijk ging dit geld direct in eigen zak. Toen we eenmaal in de bar waren, kwam ik erachter dat ik hem in het donker van de taxi 100 in plaats van 10 rand had gegeven. Balen, alsnog opgelicht.

Na Durban was het tijd voor wat meer avontuur in de Northern Drakensberg. Op de zee na is dit echt het mooiste stuk natuurgebied dat ik ooit heb gezien. Vanuit ons hostel kon je van alles in deze bergketen doen: Hiken naar de Tugela Falls, de op een na hoogste waterval van de wereld, rotsbeklimmen, een bezoek aan Lesotho, een overnachting in een grot, echt machtig allemaal. Ik heb gekozen voor een bezoek aan Lesotho en de hike.

Lesotho is echt een land apart. In veel opzichten is dit land hetzelfde als Zuid-Afrika, maar het is veel ruwer, ongerepter en meer traditiegericht. Zo zie je nog overal ronde hutten (de boze geesten verstoppen zich in hoeken), dragen ze traditiegetrouw dekens om hun lichaam, ongeacht de weersomstandigheden en heeft ieder dorp minstens een Sangoma, een geneesheer die is aangesteld door de geesten van de voorouders. Ook brouwen ze hier hun eigen bier, maar dat leek me iets te veel op cement. Aangezien ik nog ruim elf maanden voor de boeg heb, wilde ik dit niet uitproberen.

De dag daarna hiketen (ik weet niet of dit grammaticaal correct is) we de Drakensberg op naar de Tugela Falls. Het regende en de wind sneed in ons gezicht, maar de hebben het gered tot de top. Vooral tijdens het laatste stuk heb ik echt een regenboog in mijn broek gescheten: We moesten een touwladder, pakweg 20 meter, omhoog klimmen, en dat ding rammelde van alle kanten. Toen ik bij de top aankwam, heb ik dan ook tot alle Goden gebeden en bedankt dat ik nog leefde.

Vandaag ben ik teruggelift naar Durban. Het ene gedeelte heb ik gelift, het andere heb ik de plaatselijke bus gepakt. Twee en een half uur lang ik met mijn tachtig-literrugzak opgepropt gezeten. Echt waar, dit doe ik nooit meer, maar ik ben aangekomen. Het plan is om woensdag langs de oostkust omhoog te reizen naar Mozambique. Ik hoop dat het me lukt om daar aan te komen

Achter de wolken schijnt de zon

Daar zat ik dus, in een township. Iedereen die ik had leren hadden mij (of andersom) al weer verlaten. Maar ik ben blij dat ik in dat township gebleven ben. Ik weet nu dat ik echt niet voor de rest van mijn leven in Zuid-Afrika zal blijven. De bevolking hier is zeer zeker vriendelijk, vooral als ze geld nodig hebben, maar ze zuipen hun hele leven naar de klote. Echt, iedere Rand die ze over hebben spenderen ze hier in bier. En aangezien 3/4 liter bier maar 10 Rand kost, kun je nagaan hoe slecht hun adem ruikt na een halfuur. Het idee om vrijwilligerswerk te gaan doen in dit township heb ik dan ook maar laten varen.

Dinsdag heb ik de Baz-Bus gepakt naar Port Elisabeth (PE), een redelijk grote havenstad. Vanafhet moment dat ik voet uit de bus zette, wist ik deze stad niet mijn geluksstad zou worden. Woensdag merkte ik er nog niet veel van, behalve dat alle activiteiten (sandboarden en surfen) die ik wilde gaan doen, niet door konden gaan omdat Vivi, een heel aardige, maar chaotischehostelmedewerkster, niemand aan de telefoon kon krijgen. Wel heb ik een aardige wandeling van zo'n 5 uur met haar gemaakt naar het strand en heeft Holle mij leren surfen. Ik kan al plat op de surfplank blijven liggen en daar ben ik trots op.

De dag daarna kwam ik erachter dat ik mijn pet kwijt was. Deze pet heeft mijn inmiddels kale kop al ruim een jaar vergezeld, dus mijn oren waren behoorlijk bedroefd. Het heeft dan ook een hele poos geduurd voordat ik dit verlies te boven was. O ja, en mijn bankpas ben ik ook nog kwijt geraakt.

Ik moest dus weg uit PE. Gistermorgen kwam ik aan in Chynsa. Echt, de positieve vibe kwam me tegemoet waaien. De mensen die hier komen zijn super, de medewerkers zijn supergezellig en de natuur hier is prachtig. Hoe kun je de middag beter beginnen dan met een potje volley-wijn-bal. Aan het einde van het derde potje kon ik de bal niet meer zien, maar dat geeft niet. We verloren met maar 10 punten achterstand. Daarna werd er een braai (Zuid-Afrikaanse barbecue) georganiseerd. Iedereen was er en iedereen vrat erop los. En terecht, want het was gewoonweg lekker. Daarna was er nog een gezellige avond waar je tegen de gebruikelijke Afrikaanse tarieve alcohol kon drinken. Gezelligheid troef!

Vanmorgen werd ik rondgeleid door een natuurreservaat, waar ze giraffen, leeuwen, neushoorns, olifanten, cheetas en nog meer wild vlees haddenrondlopen. Mijn fotocamera ratelde wederom als een tierelier. Echt, wat een mooi stukje Afrika was dat. Alleen zagen we maar een leeuwin, geen neushoorn en was de poort naar de cheeta-afdeling gesloten en waren ze de sleutel kwijt. Dus toch weer een beetje ongeluk, maar je kunt niet alles hebben. Ik weet zeker dat ik deze dieren nog vaker te zien ga krijgen.

Langs de kust

Hoe lang is het weer geleden dat ik mijn laatste reislogboek op internet heb gezet? Ik ben helemaal de tel kwijt, en daarmee ook het besef van de tijd en datum. Wat een heerlijk gevoel is dat. Maar goed, even diep in mijn geheugen graven.....

Vorige week zaterdag zou Robyne mij naar Hermanus brengen, maar die trol is nooit komen opdagen. Aangezien ik absoluut geen zin had om nog veel langer in Stellenbosch te blijven, besloot ik maar om te gaan liften. Nadat ik een kwartier langs de weg stond, kwam ik erachter dat mijn creditcard en paspoort nog in de kluis van de hostel lag. Dus ik weer heen en weer om ze op te halen en na weer een halfuur wachten langs de weg stopte een auto voor mijn neus, bestuurd door Jakku. Hij bracht me naar zijn huis en samen met zijn vriendin reden we naar Hermanus. Dat was echt de vreemdste autorit van mijn leven, en ook de beste. Ze waren echt een ongelooflijk leuk stel (tien jaar samen en nog steeds verliefd) en ze hebben me echt een paar hele mooie plaatsen langs de kust laten zien. Na samen sushi te hebben gegeten, hebben ze me gedropt mijn mijn hostel.

In Hermanus zelf was niet zoveel te doen vanwege het slechte weer. Ik had daar willen kajakken, maar de golven waren te heftig. Nou ja, dan maar een dagje op de klif zitten en naar de zee kijken. Sinds die dag ben ik officieel verliefd op de zee. Ik kan er echt uren naar kijken, ieder moment valt er wel weer iets nieuws te zien. Hermanus staat vooral bekend om de walvissen die voor de kust zwemmen en het is echt prachtig om te zien hoe die dieren vlak voor de kust spelen.

Na twee dagen ging ik door naar Oudshoorn, een meer afgelegen stadje, iets meer naar het binnenlan. In de Cango Caves zou je een Adventure Tour kunnen doen tegen een gereduceerde prijs, dus Paul ging vol goede moed, op de fiets, naar die grotten. De heenweg, de terugweg trouwens ook, was 30 km en de laatste 10 km waren echt verschrikkelijk. Maar dat viel in het niets bij de teleurstelling die ik bovenaan de top te verwerken kreeg: Een dikke doorgezakte negerin vertelde me dat de rondleidingen volgeboekt waren. Gelukkig bood de baas van de hostel mij voor de dag daarna een gratis taxirit aan, zodat ik alsnog de rondleiding kon doen. Ik zal de foto's zo snel mogelijk uploaden.

Na een dagje bij Plettenburg Bay te hebben overnacht, gingen met de Baz-Bus (een prima vervoersmiddel, alleen veel te duur) door naar Storms River. We waren inmiddels samengeklonterd tot een groep van zes man/vrouw en samen hebben we gewoon lekker gerelaxed en ons mentaal voorbereid op de grote dag: De bunjeejump op zaterdag. Echt, als er iets is dat je in je leven gedaan moet hebben, is het bunjeejumpen bij Storms River. Daar is de hoogste sprong van de wereld: 216 meter. Ik heb serieus alleen maar gegild tijdens de eerste vrije val. Niet normaal, wat ga je hard naar beneden, maar wat een kick. Een beetje duur, omgerekend 62 euro, maar ik zou het zo weer doen.

Nu zit ik een township, een soort buitenwijk, van Storms River. Toen we (Manoush, Kathal en ik) hier gisteravond aankwamen, was dat echt een culture shock. Hier ervaar je dus het echte Afrikaanse leven. Ik had totaal geen idee hoe ik me hier als blanke westerling moest gedragen. Het hoogtepunt van de avond was eeen bezoek aan een tavern. Dat kun je vergelijken met een soort kantine waar iedereen komt om zich klem te zuipen. De negers in Nederland kunnen nog wat leren van de lokale negers wat betreft hantastelijkheid bij vrouwen. Niet normaal, wat een stelletje smeerlappen...maar ze waren wel gezellig. We werden 'begeleid' door Andre, een echte negernicht en ook geen moeite deed om dat te verbergen. Ach, hij was wel aardig.

Ik blijf als enige nog een extra nacht in dit township en ga kijken of ik hier wat vrijwilligerswerk kan doen. Dat zou echt een geweldige ervaring zijn. Zo niet, dan kan ik morgen nog altijd de bus naar Jeffreys Bay of Port Elizabeth pakken.

PS. De volgende keer zal ik wat eerder mijn weblog updaten