Feest!!!
Na mijn bijzondere Kerst ben ik nog een paar dagen in Pai gebleven. Eigenlijk had ik het al gehad met dit ubertoeristisch dorp, maar aangezien ik pas op 31 december in Chiang Mai een afspraak had, besloot ik om mijn tijd nog wel even uit te zitten. Op zich waren er wel nog genoeg dingen te doen, dus dit was geen probleem.
Op tweede Kerstdag gingen we voor een olifantenrit van 2 uur. Dit was echt super. Het eerste uur zaten we op de nek van de olifant. Het was alsof je voor de eerste keer in een achtbaan stapt. Op zo'n 2,5 meter boven de grond wordt je heen en weer geschud, zonder dat je ook maar enige houvast hebt. Het eerste halfuur heb ik dan ook doodsangsten uitgestaan, maardaarna was ik er wel aan gewend en was het genieten. Het tweede halfuur gingen we met de olifanten de rivier in om met ze te spelen. Met de slurf over de rug worden gegooid en van links naar rechts worden geworpen is veel beter dan een rit in El Condor in Six Flags.
De dag daarop heb ik een dag meegedaan met Muay Thaitraining (Thaiboksen). Twee keer twee uur, voor in totaal 400 Baht (8 Euro). Ik had altijd gedacht dat Muay Thai veel te aggressief voor mij was, maar de sfeer in dat kleine kamp was zo ontspannend. Ze schopten elkaar (en mij) het licht uit de ogen, ze putten je uit tot je laatste snik, maar iedereen lachte en had lol ende trainer zelf was net een klein kind. Ik ben deze sport dan ook echt gaan waarderen en over een tijd wil ik dit een week lang intensief gaan doen.
De volgende dag had ik een scooter gehuurd om de omgeving rondom Pai te bekijken. Lekker in de hotsprings dobberen, een Chinees dorpen een brug uit WO II bekijken (die beide ook weer veel en veel te toeristisch waren) en relaxen bij een klein ravijn. Nadat ik weer terug was, kon ik zeggen dat ik nu echt helemaal klaar was met Pai. De dag daarop ben ik op de bus gestat en bij Mae Malai, een dorp op de weg naar Chiang Mai, weer uitgestapt. Hier was zo goed als niets te doen, maar ik kan tenminste zeggen dat ik weet hoe dit is. Ik wil niet alleen de toeristische plekken zien, maar ook de kleine onbekende dorpjes. De hotelkamer was overigens wel lekker luxe.
De dag daarop pakte ik de bus naar Chiang Mai en daar zit ik nu nog steeds trouwens. Mijn doel in Chiang Mai was om een Tai Chicursus voor een week te gaan volgen, maar toen ik daar, ver uit het levendige centrum, aankwam, begon ik heel sterk te twijfelen. 10000 Baht (200 Euro dus) was wel heel veel voor een cursus, dat ook nog eens een beginnerscursus bleek te zijn. Twijfel, twijfel, wat moest ik doen?Maar toen kwam deleraar met de verlossende woorden: 'Wat wil je nu op dit moment doen?' 'Nu, op ditmoment, wil ik oud-op-nieuw vieren.' Zijn antwoord: 'Nou, dan ga dat doen en maak je niet druk om wat je morgen wilt doen. Geniet van vandaag en van oud op nieuw. Morgen zie je wel weer.' Verlossing! Ik pakte direct de taxi naar het levendige centrumen toen ik daar aankwam, wist ik meteen dat dit de juiste keuze was. Ik was direct verliefd op dit stukje Chiang Mai, waar echt alles te vinden was, van massages, tot tai chicursussen, tot restaurantjes, tot wasserettes.
Oud-op-nieuw was super. Met ongeveer 1462 man (ik kan er 2 of 3 naast zitten, het was best lastig om iedereen te tellen) stonden we bij de Tapae Gate, waar optredens waren en iedereen vuurwerk stond af te steken. Om 20 seconden voor 12 werd er massaal in het Thais afgeteld. Heel stiekem, vanachter mijn vuistje, telde ik stilletjes in het Engels, want mijn Thais is niet zo goed. Niet verder vertellen he.... Om klokslag 12.00uur werd er echt flink geknald en gefeest. Ik had nog nooit zoiets gezien en het voelde als een voorrecht om hierbij te mogen zijn. Na een kwartier startten de optredens weer. De bandjes waren van Chipz-topkwaliteit, maar ze wisten wel wat sfeer te brengen. Zo rond een uur of 2 belandden we in de cocktailbar en rond een uur of 4 belandde ik in bed.
De volgende dag was ik pas rond 12.30uur in staat om mijn kop te lichten en eens Chiang Mai te gaan bekijken. Chiang Mai zit echt vol met tempels, kloosters, monumenten, parkjes en winkels. Het was echt genieten om gewoon met een gehuurde fiets door deze stad te kachelen. De dag daarop heb ik meegedaan met een kookles. Thais koken is echt zo gemakkelijk... en zo heerlijk. Alles wat we maakten, mochten we zelf opeten, dus het was het geld meer dan waard.
De dag daarop ben begonnen aan een vierdaagse massagecursus. Wat me nog meeste opviel, was de dat de sfeer vergelijkbaar was met de Muay Thaitraining. Alle vrouwen die daar werkten, waren echte secreten, maar dan op een hele leuke manier. Terwijl mijn lerares mij voordeed ik kuiten moest masseren, kwam een andere vrouw en greep haar vanachter bij haar prammen. Daarop volgde een wilde achtervolging waarbij er veel geschreeuwd en gelachen werd en toen mijn lerares eindelijk weer terug was, was ze helemaal uitgeput. Vreemd genoeg had ze wel nog meer dan genoeg kracht over om mij te martelen. Het was een klein vrouwtje, maar ze had me onder de duim.
's Avonds is er ook vanalles te doen. De nachtbazaar is iedere avond open, cafes en clubs zijn er volop, dus genoeg gelegenheid om hier je geld uit te geven. Ook ben ik een keer naar een Muay Thaimatch geweest. Best leuk om te zien, maar ik had me er meer van voorgesteld. Er waren zeven gevechten en zes hiervan waren tussen 15-, 16, of 17-jarige kinderen. Slechts een gevecht was echt interessant om te zien. Deze vechters waren wat ouder en zwaarder en hier ging het tenminste echt hard aan toe.
Vandaag gebruik ik om wat laatste foto's van Chiang Mai te maken en wat rond te hangen en vanavond ga ik voor de laatste keer op stap met Kataa, een 26 jarige meid/vrouw op wie ik tijdens de cursus mocht oefenen. Morgen ga ik voor een Visa Run naar Laos en daar wil ik een weekje blijven. Dat wordt weer dikke pret.
I'm dreaming of a white Christmas
Ik weet dat ik wat eerder ben met mijn update, maar ik wil via deze weg iedereen even een heel gelukkkig kerstfeest toewensen. En als ik toch bezig ben, kan ik net zo goed even kort opschrijven wat ik heb gedaan, toch?
De 19e kwam ik aan in Bangkok (Thailand dus) en wat was dat een verademing. Iedereen vertelde me dat Bangkok een grote drukke stad was, maar als ik het vergelijk met ieder willekeurig dorp in India, is Bangkok een paradijs. Het verkeer rijdt er rustig en geordend, met respect voor de verkeersregels en er wordt niet getoeterd. Ik wist niet wat me overkwam. Ik heb de eerste twee dagen in Bangkok dan niet veel meer gedaan dan rondgewandeld en genoten. Op de tweede dag ben ik naar de 'weekend market' geweest. Enorm druk, enorm veel standjes, maar ook een enorm lust voor het oog (en oor) om doorheen te wandelen. Je vindt er werkelijk alles, van kledingkraampjes, tot fruit- en wafelkraampjes, tot massagekraampjes. En goedkoop, niet normaal. Als ik niet nog 8,5 maand voor de boeg had, had ik mijn tassen volgestouwd.
De dag erop pakte ik de nachttrein naar Chiang Mai. Ook de nachttrein is heel anders, je wordt er echt verzorgd: Er wordt degelijk eten gereserveerd en de bedden worden voor je opgemaakt en 's ochtends ook weer afgehaald. De populatie passagiers in de sleeper class was 100% toerist, waarvan volgens mij minstens de helft Nederlander. Een beetje een domper, want die ik vind ik thuis al genoeg, maar goed.
Van Chiang Mai nam ik de minibus naar Pai, waar ik nu zit (Deze site vindt Pai niet, dus daarom heb ik maar Chiang Mai aangegeven). Mijn eerste indruk was: 'Wat een ubertoeristisch takkedorp'. Maar hoe langer ik hier rond liep, des te relaxter begon ik het te vinden. Alles is hier heel gemoedelijk, goedkoop, er zijn cafes en barretjes in overvloed en verder vind je hier alles wat je nodig hebt. En ik had een massage nodig. Voor 150 baht (3 euro) krijg je een uur lang een traditionele Thaise massage. Heerlijk... en pijnlijk. De foto's zal ik binnenkort op internet zetten.
Kerstmis hier in Pai (en in de rest van Thailand denk ik) valt een beetje tegen. Ik ben op zoek gegaan naar een leuk groepje en op zich zijn hier mensen genoeg, dus dat is geen probleem. Maar bijna iedereen is hier op vakantie en wil weg van kerstsleur. Ik heb dus wat rondgelopen, op zoek naar een cafeetje waar ze kerstmuziek draaiden, maar tevergeefs. Ik had wel al een aanbod gekregen om bij een kampvuur te gaan zitten, maarook daar hng niet echt een kerstsfeer.Na een halfuur te hebben rondgewandeld sloeg het als een hamer recht in mijn gezicht: Soms moet je gewoon tevreden zijn met wat er is en je niet teveel vastklampen aan alles wat je gewend bent. Ik besloot direct de knusse, huiselijke kerstgedachte te laten varen en rende terug naar het kampvuur, waar het achteraf best gezellig was. Daarna gingen we naar een bar waar Christmas Eve Party was, maar ook hier werd geen kerstmuziek gedraaid. Maar goed,'wees tevreden met wat je hebt' is het devies en de nacht was weer best gezellig. Rond 2.00uur strompelde ik doodmoe naarmijn huten onderweg kwam ik mijn oude buurvrouw, die diezelfde dag van hotel was gewisseld, weer tegen en met haar en een vriendinben ik teruggelopen. Zij had haar hut versierd met kerstdecoratie en ze had warempel kerstmuziek. Weliswaar stokoud, maar dat maakte helemaalniets uit.Ik wist niet wat me overkwam toen ze me ook nog een kerstcadeautje gaf. Iets heel simpels, een boekenlegger, maar hiermee gaf ze veel meer: Gewoon dat lekkere knusse kerstgevoel waarvan ik de hoop op het vinden ervan al had laten varen. Op dat moment was ze echt een engel (en dat is ze nog steeds). Zo zie je maar weer, je vindt iets als je niet op zoek gaat.
Deze Kerst zal ik dan ook nooit meer vergeten. Het is de meest bijzondere Kerst die ik ooit heb gehad. Maar toch gaat er niets boven Kerstmis thuis vieren, met alle heerlijke tradities die erbij horen.
Vrolijk Kerstfeest
Appendix
Ik had jullie beloofd om uitgebreid verslag van mijn Bollywood ervaring, maar hier kan ik na een relatief teleurstellende dag vrij kort over zijn.
Om 7.30uur stond ik met mijn bepakking voor de McDonalds. Daar werden we met z'n dertigen opgehaald, alleen maar om te horen dat de acteur pas rond 12.00uur op de set zou zijn. We werden dus weer gedropt en weer om 11.30uur opgehaald. Toen we aardig op weg waren, vertelde de casting director ineens dat ik met hem mee moest komen. Ik zou voor chauffeur spelen in een reclamespotje waaraan ook de populairste actrice van India, Kaleena nog wat, zou meedoen. Mijn verwachtingen liepen dus ineens hoog op. Spannend...
Eenmaal op de set aangekomen, bleek dit een kleinere studio te zijn, maar na de opnames, rond 21.00uur zou ik weer opgehaald worden om me tot 23.00uur bij de rest in Bollywood te voegen. Oke, klinkt aannemelijk genoeg. Ik kreeg een korte rondleiding over de set en kreeg een camper toegewezen waarin ik kon blijven. Ik moet zeggen dat die camper wel klein, maar best luxe was. Ook kon ik onbeperkt gebruik maken van het lunchbuffet, dat behoorlijk goed was. Dit was allemaal leuk en aardig, maar ik kwam om 12.30uur aan en heb tot 19.00uur moeten wachten tot ik kon gaan beginnen met omkleden. In het begin was het nog wel leuk, maar na drie uur begon ik me stierlijk te vervelen. Van de actrice mocht ik overigens geen foto's nemen.
Toen het eenmaal zover was, werd ik in een te krap en te warm uniform gehesen en moest ik in een auto gaan zitten, waarin het 30 graden was.De shoot duurde ongeveer een uur, werd 438 keer overgedaan en was wederom boring as hell. Na afloop vertelde niemand wat er nu ging gebeuren. 'O, er wordt afgebroken, dus zal ik me ook maar weer gaan omkleden' was mijn gedachte. Goeie gedachte.
Uiteindelijk kreeg ik 3000 roepies in mijn hand geduwd, waarmee ik enorm aangenaam verrast was. Achteraf moest ik 2500 roepies weer aan de jongen geven die me kwam ophalen om me naar Bollywood te brengen. Ineens vertelde hij me 'dat er een probleem was': De opnames op Bollywood waren al voorbij en omdat het donker was, zou ik toch niets meer kunnen zien. Ook mompelde hij iets over een motor die hij moest ophalen en snel propte hij me in een risksha naar het vliegveld.
Dat was dus mijn hele Bollywoodervaring. Tijdens de rit bedacht ik me ineens dat hij waarschijnlijk gewoon helemaal geen zin had om me naar Bollywood te rijden, vanwege zijn motor. Ik begon te balen als een stekker, maar eenmaal op het vliegveld aangekomen bereikte mijn frustratie zijn hoogtepunt: Ik mocht niet naar binnen, omdat ik veel te vroeg was. Mijn vliegveld zou om 5.15uur vertrekken en ik was er al rond 22.00uur, dus ik moest buiten wachten. Godverdomme, denk je India achter je te kunnen laten, word je op het laatste moment nog even flink nagetrapt. O, wat was ik woest. Ik wilde gewoon lekker zitten en even mijn ogen dichtdoen voor de vlucht. Uiteindelijk kreeg ik wel te horen dat er een wachtruimte was, waar je weer 60 roepie voor moest betalen. Hoezo uitbuiterij?
Maar niet alleen aan alle mooie liedjes, maar ook aan alle slechte liedjes komt ooit een einde.Uiteindelijk kon ik naar binnen en eenmaal in het vliegtuig was ik zo opgelucht. Eindelijk liet ik India achter me en kon ik naar Thailand.
Ach, hoe zat ik India nu ook ben, het is een prachtig en om erdoorheen te trekken was een geweldige ervaring. Ik wil zeer zeker nog wel een keer terug, maar niet de komende tijd. Eerst genieten van de rest van de wereld, op de eerste plaats Thailand
Het spel
Na mijn oeverloos geklaag ben ik toch maar weer op de trein gestapt richting Jalgaon. Als je niets doet, kom je ook nergens is het devies. Om 5.00uur kwam ik daar aan, ben naar het busstation gewandeld, vond daar opvallend snel een bus en rond 6.30uur was ik na een behoorlijk confortabele busrit in Ajanta. Eigenlijk zat ik in Fardapur, maar die plaats vind je niet op de kaart en de toeristische trekpleister aldaar is de Ajanta Caves, dus Ajanta is gewoon wat makkelijker.
In Ajanta (lees dus: Fardapur) was vrij weinig te doen, behalve het bezoeken van de grotten. Maar de eerste dag was ik veel te moe, aangezien ik maar zo'n vier uur lichte slaap heb gehad. Nadat ik de halve dag had weggeslapen, ben ik maar wat gaan rondlopen om van de natuur te genieten. Toen ik bijna weer bij het hotel aankwam, sprak een man, die zich voorstelde als Rahim, me aan om me wat rond te leiden. Hij zag er betrouwbaar uit, dus waarom niet? Hij nam me mee naar een heuveltop en daar hebben we lekker relaxed in het gras gelegen en van het uitzicht genoten. De volgende dag fungeerde hij als gids in de Ajanta Caves, waar hij aardig wat van af wist. Ik mocht hem overigens geen gids noemen, omdat hij geen vergunning had. Als iemand ernaar zou vragen, dan was hij 'my friend'. Zo noemde ik hem maar al te graag, want ik begon hem ook een beetje als een vriend te zien. Nadat we naar de grotten waren gegaan, nam hij me mee naar zijn huis en maakle kort kennis met zijn familie. Ook heeft hij me de rest van zijn dorp laten zien en zijn we ook naar een moskee geweest, waar ik mee heb gedaan aan een gebed. Met name de kinderen waren echt geweldig, maar vermoeiend. Ze bleven vragen stellen, maar uiteindelijk wisten ze hier wel mee op te houden. Op de derde en laatste dag nam hij me mee naar een meer, waar we weer relaxed in het gras hebben gelegen en gelezen en nam hij me mee naar Ajanta Villaga (ja, nu wel het echte Ajanta). Dat was echt een takkedorp. De kinderen bleven ons volgen, roepen, schreeuwen, brullen en volgens mij ook met stenen gooien. Zelfs Rahim vond ze 'fucking children'. We zijn er dan ook heel snel weer gesmeerd. Aan het einde van het verhaal begon Rahim zich wel steeds meer te ontpoppen als een echte Indiër: Hij begon steeds vaker om dingen te vragen, zoals t-shirts en pennen. In had nog wat oude spullen over, dus gaf ik hem die graag. Maar toen hij ook om geld begon te vragen, vond ik hem te ver gaan. Ik had hem de afgelopen dagen alles betaald, van entreetickets, tot lunch en avondeten, maar uiteindelijk heb ik hem toch maar wat gegeven. Misschien stom, maar ik voel me liever gebruikt dan schuldig. Ondanks dat ben ik hem toch enorm dankbaar, want hij heeft iets van het dagelijks leven laten zien en meemaken, wat je nooit mee zou maken als je alleen maar naar de toeristische plekjes gaat.
Van Ajanta (Fardapur dus) ging ik weer terug naar Jalgaon, waar ik een nacht bleef. Hier heb ik nog wat rondgelopen. Jalgaon is best een aardige en moderne stad. Het is er niet te hectisch en er zijn best leuke dingen te zien, zoals een modern stadion en sportvelden. Ook de mensen zijn hier behoorlijk vriendelijk.
Na een brakke en lawaaiige nacht in een bouthotel, waar ik teveel voor had betaald, was het tijd om mijn laatste reis in India te beginnen: De treinreis naar Mumbai. Op het perron leerde ik vier Belgen kennen en samen lagen we lekker te wachten op perron 2. Op perron 1, zo'n 5 meter van ons af, stond een trein 10 minuten te wachten, maar op perron hing het electronisch bord met daarop de magische cijfers van ons treinnummer: 5018 (voel je 'm al aankomen). Toen de trein van perron 1 vertrok lagen we nog steeds op onze ooie dooie te wachten, totdat ineens de magische cijfers verdwenen. Reden tot paniek en frustratie: We hadden op de meest stompzinnige manier onze trein gemist. Alle frustratie van de afgelopen anderhalve maand heb ik eruit gevloekt, maar dat bracht de trein niet terug. Uiteindelijk hebben we maar met ons vijven een taxi (voor 5500 roepies) genomen naar Mumbai. Op zich was dit ook weer een iets nieuws, maar ik had toch liever in de trein gelegen op mijn sleeperclass bed. Maar na een rit van zo'n 8,5 uur bereikten we rond 21.30uur Mumbai en het kostte onze chauffeur nog eens een uur om het hotel te vinden. De arme man werd steeds opgefokter, maar uiteindelijk wist een straatkind note bene hem naar ons hotel te wijzen.
Ik wist niet wat ik van Mumbai moest verwachten, maar ik moet zeggen dat ik het 100% mee vind vallen. Het is weliswaar een typische westerse stad, maar dat is wel iets waar nu, na bijna twee maanden India, even behoefte aan heb. Het is ook een mooie stad, vol oude gebouwen, monumenten en parken. Vandaag ben ik met Geert (een van de vier Belgen) naar de Elephanta Caves geweest, maar dit was een teleurstelling, zeker in vergelijking met de Ajanta Caves.Toen we terug kwamen (tromgeroffel), werden we aangesproken door een man (nog meer tromgeroffel) die zich voorstelde als iemand van een castingbureau voor Bollywood (oorverdovend tromgeroffel) en vroeg ons of we morgen wilden figureren, van 7.30uur tot 22.00uur (TADAAAAA). Alles, inclusief mijn taxirit naar het vliegveld, wordt betaald ik krijg er ook nog eens 500 roepie voor. Voor Geert gold dat helaas niet, want die moest morgenvroeg weer de trein naar Goa pakken. Even ervan uitgaande dat dit geen bezeikte boel is, heb ik morgen de dag van mijn leven. Ik beloof jullie dat ik genoeg foto's zal maken, ook backstage, en dat ik uitgebreid verslag zal doen.
De 19e, om 5.15uur vertrekt mijn vliegtuig en ik ben nu dus nagenoeg aan het einde van mijn reis in India. Ik denk dat ik inmiddels een redelijk beeld heb kunnen vormen van India en van de gemiddelde Indiër. Als ik de gemiddelde Indiër zou moeten omschrijven, dan zou ik zeggen dat het een klein kind is. Sommige Indiërs zijn gewoon achterlijk, maar de meeste zijn echt kinderen, die nog geen normen en waarden (althans, naar westerse maatstaven) hebben ontwikkeld en helemaal geen benul hebben van wat anderen van hun acties of houding vinden. Bijvoorbeeld: Ze spugen overal, smekken, krabben ongeneerd aan hun ballen, duwen met z'n allen om als eerste door de treindeur te komen, staan niet op voor oudere of minder valide mensen, luisteren naar hard gejengeld op hun telefoon in het midden van de nacht, staren je secondenlang aan als je langsloopt en komen met z'n allen om je heen als je een telefoon of een pak kaarten tevoorschijn trekt. India vergelijk in dan ook graag met een speeltuin en reizen door India zie ik als een spel: Je moet de spelregels van het land kennen, wil je er succesvol doorheen kunnen reizen. Als je de spelregels naar je hand weet te zetten, heb je hier de tijd van je leven. Soms neem je een risico, zoals bij Monopoly, en dan trek je net het kaartje 'Repareer uw huizen'. Dat kaartje trok ik dus in Varanasi, bij de Burning Ghats, en dan moet je dokken. It's all a part of the game.
Maar nu ben ik uitgespeeld en ik ben, zeker rond de kersttijd, toe aan een iets makkelijkere, veiligere en gezelligere omgeving. In India vind je helemaal niets in de kerstsfeer (misschien in Goa, maar daar kom ik niet), maar in Thailand zijn er volop hostels waar het iedere dag en avond feest is. Ook is Thailand wat meer westers geöriënteerd, dus dat moet helemaal goedkomen.
Tempelmoe
Zoals jullie waarschijnlijk wel nog weten, lieve lezers, deed mijn aars na de kamelenrit nogal zeer. Daarom besloot ik in Pushkar om het even rustig aan te doen. Rustig aan doen is in Pushkar geen probleem: Er lopen overal hippies rond, er zijn overal kleine, gezellige restaurantjes en de hotels zijn best oke. Maar erg veel slaap krijg je niet. Pushkar is zo'n beetje het tempelmekka van India en van 's ochtensvroeg tot 's ochtensvroeg (ja, je leest het goed) wordt er gefeest, gezongen en lopen er kleine fanfares rond die een verschrikkelijk kabaal maken. De muziek is best oke, maar de installatie die ze gebruiken, is vergelijkbaar met een grammofoonspeler uit grootmoeders tijd en het geluid dat daaruit komt is verschrikkelijk...en hard!
Al met al heb ik wel een gezellige tijd gehad in Pushkar, maar ik wilde heel graag naar Khajuraho. Daar zijn Kama Sutratempels en die moet ik, als 26-jarige vruchtbare jonge man, gezien hebben. Na 25 uur reizen kwam ik uiteindelijk aan. Ik hoopte wat slaap in te kunnen halen en weer wat rust te vinden, maar in dit gat was dit wederom onmogelijk. Het leek wel alsof iedere veel te opdringerige verkoper uit India hier zit. Vanaf het moment dat je uit de bus stapt, word je overvallen door rishkabestuurder, verkopers van de grootste prullaria en aanbieders van hotels. Je kunt nog zo vaak 'nee' of 'nein' of 'njet' of zelfs 'no' roepen, ze kennen dit woord gewoon niet. Zelfs in de hotels, waar je verwacht een relatief veilige omgeving te vinden, blijven ze je excusies en taxiritten aanbieden. Flikker op! Ik wil gewoon lekker rondlopen.
De Kama Sutratempels waren wel aardig, maar ik had me er meer van voorgesteld. Het waren trouwens wel de mooiste tempels in India, qua architectuur, maar er zijn er een stuk of tien en als je er drie hebt gezien, heb je ze allemaal gezien. In had ook gehoopt om iets van Kama Sutra-achtige afbeeldingen te zien, maar ik moest genoegen nemen met kleine beeldhouwerken. Ze waren erg mooi en behoorlijk gedetailleerd gemaakt, maar nogmaals, na drie tempels wist ik het wel. Ach, op zich was Khajuraho wel aardig om doorheen te lopen. Het is weer een wat anders om mee te hoe alle verkopers vechten om iedere toerist en het is heel grappig om vanaf een dakterras te bekijken hoe andere toeristen lastig worden gevallen. Met name met dit laatste kon ik echt een dag vullen. Hilarisch!
Ik had Khajuraho na twee dagen wel gezien, maar ik had te weinig energie om weer de bus te pakken naar het volgende dorp, want de weg ernaartoe met de bus was verschrikkelijk. Bijna vergelijkbaar met Nepal, maar dan maar vijf uur. Maar zodra ik hoorde dat er een directe treinverbinding was met Orchha, kon ik niet wachten om op de trein te stappen. De treinrit was niet megacomfortabel, maar uit te houden en duurde maar vijf uur en rond 18.30uur was ik in Orchha. Dit was echt een plaatsje om echt even tot rust te komen. De verkopers kennen de betekenis van het woord 'nee' en de omgeving is mooi en rustgevend. Ook lopen er meer dan genoeg toeristen rond, dus ik had ook altijd wel een plezant gezelschap als ik daar behoefte aan had.
Ik had een hotel uitgezocht waarvan ik dacht dat het best degelijk was, maar toen ik de eerste morgen om 6.00uur gewekt werd door de telefoon van een medewerkers en nadat ik weer bijna in slaap was gevallen om 6.30uur wakker geschud werd door het oorverdovend geklets van de hotelmedewerkers, was ik echt pissed. Ik weet dat India rumoerig is en ik ben er inmiddels wel aan gewend, maar dit ging echt te ver. Ik vertelde de hoteleigenaar dan ook dat ik maar de helft voor de afgelopen nacht zou betalen en als dit nog een keer zou gebeuren, dat ik dan mijn biezen zo pakken en zou vertrekken zonder te betalen. Hij gaf me in alles gelijk en was sindsdien echt overdreven vriendelijk, iets waar ik trouwens ook niet op zat te wachten. Maar uiteindelijk heb ik de twee nachten daarop wel een degelijke nachtrust gehad en dat is het belangrijkste.
Na drie dagen in Orchha vond ik dat het weer tijd was om verder te gaan naar het zuiden. De 19e vertrekt mijn vliegtuig vanaf Mumbai en de 16e wil ik dan ook daar zijn. Vanmiddag had ik de trein genomen van Jhansi (vlakbij Orchha) en nu zit ik in Itarsi op mijn aansluiting te wachten. Morgenvroeg wil ik in Ajanta zijn, een plaats waar boeddhistentempels in grotten uitgehouwen zijn. Ik ben benieuwd.
Ik heb het nu wel zo'n beetje gehad met India. Begrijp me niet verkeerd, het is een mooi land en er is veel te zien en ik ben blij dat ik hier rondgereisd heb, maar het is ook heel vermoeiend. Het reizen duurt lang, mede doordat je vaak uren moet wachten en je moet constant alert zijn voor verkopers en oplichters. Het is echt een opgave om gewoon over straat te lopen. Ook heb ik het gehad met de Indiers. Ze zijn echt wel aardig, maar ik moet iedere keer echt mijn best doen om een degelijk gesprek aan te knopen en de gesprekken gaan iedere keer over hetzelfde: Waar kom je vandaan? Ben je getrouwd? Wat voor werk doe je? En ga zo maar door. Ik heb nu ook wel genoeg tempels en forten gezien, ze lijken trouwens allemaal wel op elkaar. Ik kijk nu echt uit naar Thailand, niet zozeer omdat dat een goedkoop feestland is, maar omdat het gewoon veel makkelijker en minder vermoeiend is om doorheen te reizen.
Hop hop hop...
Mijn eerste dag in Varanasi was ongelofelijk relaxed. Ik heb wat met medereizigers geauwhoerd, zo'n drie uur op het internet gezeten en lekker, maar veel te duur, gegeten. 's Avonds vond ik toch dat het tijd werd om eens iets te gaan doen. In Varanasi heerst slechts een gouden regel: Maak geen foto's van de Burning Ghats. Dat zijn vuurhopen waarop de Hindu's hun doden verbranden. Deze vuren branden 24 uur per dag, 7 dagen per week. Ik zou Paul niet zijn als ik toch niet zou proberen om hier een foto van te maken. Ik heb verschillende pogingen ondernomen, ieder met een verschillend resultaat:
De eerste poging was in het donker, zonder flits, maar toch kreeg ik de vlammen goed op de gevoelige plaat en werd niet betrapt. Succes! De tweede poging was onder begeleiding van een Indier, die zich aanbood als mijn gids. Hij vertelde me dat ik, als we het dak op zouden gaan, een stiekeme foto kon maken. Pas nadat ik dit had gedaan, zei hij dat ik hem nu een plezier moest doen, in de vorm van een donatie. Sodemieter op. Ik wist dit uiteraard van tevoren, maar het gaat gewoon tegen mijn principe in om me zo te laten bezeiken. Dus heb ik de foto's uit hetzelfde principe gewist. De derde keer ging ik alleen het dak op om stiekeme foto's te maken. Een paar minuten later kwam er een jongen naar boven, die er helemaal ondersteboven van was dat ik foto's stond te maken enik zag aan zijn ogen dat hij dit oprecht meende. Ik probeerde me er onderuit te kletsen door te zeggen dat ik dat niet wist, maar op dat moment kwam de man van de dag tevoren ook het dak op en hij was kwaad. Hij zei dat ik een verschrikkelijke zonde had begaan en dat ik maar moest betalen, anders zou hij het de werkers vertellen en ik wil niet weten wat die met mij zouden doen. Ik zag aan het vuur in zijn ogen dat hij het meende, terwijl hij het me de vorige dag nog toestondom foto's temaken.Hypocriet stuk struikgewas. Ik ben nog steeds pissig. Maar er zat niets anders op dan 2500 roepies (ongeveer35 euro) te betalen. Daarbij was het mijn verdiende loon. Ik ben vaak genoeg gewaarschuwd.
Diezelfde avond zat ik in de nachttrein naar Agra. Ik kan niet zeggen dat ik India ben geweest als ik de Taj Mahal niet heb gezien. De entreeprijs was belachelijk hoog, 750 roepies. Dankzij dit entreetarief kan kosten noch moeite worden gespaard om de Taj Mahal te onderhouden en dit doen ze dan ook grondig. Wat ze vergeten is om de rest van Agra te onderhouden. De stad zelf ligt half in puin en stinkt naar riool. Het is maar waar je je prioriteiten stelt... Terug naar de Taj Mahal: Het was inderdaad een prachtig en indrukwekkend bouwwerk. Hier heb ik zo'n drie uur met Rebecca en Sarah, die ik de avond daarvoor in de trein had leren kennen, gekeet en ongijn uitgehaald. Dit keer wel binnen de grenzen overigens.
Daarna zijn we naar de Red Fort gegaan, niet erg noemenswaardig en voor de rest van de dag heb ik een beetje in de achterbuurt van Agra rondgehangen, terwijl ik wachtte op mijn trein. Deze zou om 21.15uur aankomen, maar kwam uiteindelijk aan om 1.00uur. Ben ik blij dat het de 'Superfast Express' was, anders had ik tot in de vroege ochtend moeten wachten.
Rond 6.30uur kwam ik aan in Jaipur, waar ik aanbelandde bij een shabby hotel in een achterbuurt. De hoteleigenaar was wel vriendelijk en deed zijn best om het me naar mijn zin te maken. Dat maakte voor mij al veel goed. Jaipur zelf is echt een pokkestad, het deed me denken aan Delhi. Overal word je lastig gevallen door kooplieden, ricksha's en bedelende moeders met kinderen. Met name de laatste groep weet van geen ophouden, terwijl het vaak kinderen zijn die in best goede kleren gekleed gaan. Ze kunnen dus onmogelijk arm zijn. In deze stad ben ik dan ook voor de eerste keer physiek geworden, door de bedelende kinderen gewoon bij hun rotkop te pakken en weg te duwen. Hier staan ze echt van te kijken, want dit zijn ze niet gewend. Het gaat tegen mijn principes in om kinderen physiek te behandelen, maar in dit geval was ik graag onprincipieel.
Na twee dagen, en dat waren twee dagen te veel, maar ik had mijn treintickets al geboekt, in Jaipur te hebben gespendeerd, ging ik door naar Bikaner. Mijn enige doel hier was om een kameelsafari te ondernemen. De eerst dag had ik die geregeld en de tweede dag zat ik op een kameel. Ik werd begeleid door twee Indiers, die zo goed als geen Engels spraken en hier was ik in het begin best geirriteerd over. Ze gaven me helemaal geen uitleg over wat we zagen en waar we naartoe gingen. Uiteindelijk besloot ik maar te doen alsof ze er niet waren en te genieten van de eenzaamheid. Van eenzaamheid kan ik best genieten, maar dan moet ik wel echt helemaal alleen zijn. Het landschap het iets weg van een woenstijn, maar met net iets te veel bomen en struiken. Op verschillende plaatsen liepen koeien, schapen, geiten en kamelen rond, wat erop duidde dat we niet ver van de bewoonde wereld af waren.
Tijdens de lunch heb ik nog een keer geprobeerd om een gesprek met mijn begeleiders aan te knopen, maar weer zonder resultaat. Vanaf dat moment besloot ik om gewoon te leven als een koning en me lekker te laten bedienen, iets dat ze wel goed konden overigens.
Rond 17.30uur kwamen we aan bij de overnachtingplaats, waar mijn bedienden mijn slaapmatje uitstalden en mijn eten bereidden. Op mijn beurt ging ik er weer uitgebreid voor liggen, een boek lezen en wachten tot ze mijn eten kwamen brengen. Hoezo decadent? Die avond kregen we gezelschap van een drietal honden, die tot de volgende dag toe bij ons zouden blijven. De nacht was redelijk koud, maar uit te houden met twee dekens en de volgende morgen kon ik genieten van een weinig bijzondere zonsopgang. Ik kreeg ontbijt opmatjeen rond 9.30uur zat ik weer in het zadel.
Aangezien mijn stuitje redelijk ongetraind was, moest ik na anderhalf uur toch echt in de kar gaan zitten, omdat de pijn ondraaglijk werd.Vijf minuten later, wat ik van tevoren niet wist,kwamen we aan bij de pauzeplaats. Dat had ik ook nog wel volgehouden. Weer gedroeg ik me als een koning. Rond 15.00uur waren we bij het eindpunt, waar ik een bus terug naar Bikaner moest pakken. Al met al was ik matig tevreden over de kamelenrit en aanvankelijk dacht ik er nog aan om dit door te geven aan de Lonely Planet, maar dat is het me niet waard.
Nu zit ik in Pushkar, een typisch hippystadje, ook weer behoorlijk toeristisch, maar lekker relaxed, waar overal muziek klinkt. Het wordt trouwens tijd om weer eens naar de kapper te gaan.
Vier dagen geleden kreeg ik een mail van de jongensgroep, die niet voor mij bedoeld was omdat ik een beetje uit de buurt ben, om surprise te vieren. Ik was de tijd helemaal vergeten en schrok ervan dat het alweer Sinterklaastijd is. Heel even werd ik overspoeld door het verlangen om weer thuis in het midden van de gezelligheid te zijn, maar dit gevoel ebde gelukkig weer snel weg.
Op de een of andere magische manier spookte gisteren het nummer 'So this is Christmas'de hele dag door mijn kop. Dat gebeurt ieder jaar zodra de decembermaand begint. De kerststemming begint er zo langzamerhand in te sluipen en ik ben benieuwd hoe ik me deze maand ga voelen. Rond kerst zal ik in Thailand zijn en daar zijn genoeg mensen om een gezellige kerst mee te vieren, maar toch...
Ik voel me weer goed!
Daar zat ik dus, in Pokhara, aan de schijterij. Gelukkig is Pokhara enorm toeristisch, met overal restaurantjes, hotels, reisbureaus, winkels en toeristen zover als het oog reikt, dus als je ziek bent, kun je het beter hier zijn dan ergens in Oeloeboeliestan. Ik was trouwens niet erg blij met mijn hotel. De kamer was oke, maar ik moest die gladjakkerige eigenaar gewoon niet. De emmer liep over op de nacht van zaterdag op zondag, toen er midden in de nacht op mijn deur gebonkt werd. Twee Nepalezen vroegen mij waar de manager was en toen ik ze vertelde dat ze moesten opbokken (om 1.00uur wil ik namelijk graag slapen), gingen ze uitgebreid in de gang telefoneren. Nadat ik ze vriendelijk (werkelijk waar) verzocht om buiten te gaan bellen, gingen ze buiten nog een half uur aan hun motor kloten. En er was niemand in de buurt om hier iets aan te doen. De volgende dag vertelde ik de manager dan ook dat ik graag wilde uitchecken, omdat ik iemand die geen toezicht houdt op zijn hotel gewoon niet kon vertrouwen. Zijn gezichtsuitdrukking had iets weg van een deurklink, alleen idioter.
Ik vond al heel snel een nieuw hotel, niet moeilijk in Pokhara, met een enorm gezellige binnenplaats, die veel weg had van een tuin. Dit was een plek waar iedereen bij elkaar kwam en de mensen hier waren ongelooflijk vriendelijk en hartelijk. Het enige nadeel was dat ik me snel verbonden voelde en niet meer wilde gaan. Ze werden als een tweede familie van me en ik van hen en zondag en maandag werden dan ook twee dagen die ik moeilijk kan omschrijven. We deden niet veel, maar het was de warme sfeer die het onvergetelijk maakte.
Ik wilde me niet teveel verbonden voelen, want ooit komt het moment van afscheid toch, dus dinsdag besloot ik dan toch om de bergen in te gaan. Ik had nog vier dagen over en aangezien mijn uitwerpselen al redelijk aangedikt waren, waagde ik het erop. Omkeren kon altijd nog.
Dag 1: Nayapul (1040m) - Ghandruk (1940).
Duur: 5,5 uur (1 uur pauze)
Na zo'n vijf uur nachtrust pakte ik om 7.00uur de taxi naar Nayapul en vanaf 8.30uur begon mijn trektocht. Eerst naar het check-inpost en van daar richting Ghandruk. De eerste anderhalf uur waren waren als een gewone wandeling, maar in Kimche, een nederzetting van twee hotelletjes/restaurantjes, begon de klim. Vanaf dat punt was het alleen maar trappen lopen, drie uur lang. Het was vermoeiend, ik zweette me een spreekwoordelijke ei lek, maar verstand op nul, blik op oneindig en om 14.30uur kwam ik aan in Ghandruk. Ik voelde me goed, vol energie, maar zodra ik ging zitten, stortte ik helemaal in en mijn linkerschouder brandde als een tielerier. Ik ben ook direct naar bed gegaan, werd nog even wakker voor het avondeten en ging weer naar bed. Het uitzicht vanuit Ghandruk was overigens wel mooi, maar niet zo bijzonder als de volgende dagen.
Dag 2: Ghandruk (1940m) - Ghorepani (2750m) via Deurali (+/-3000m)
Duur: 9,5 uur (2 uur pauze)
Toen ik om 5.30uur wakker werd, was ik alle sores van de vorige dag vergeten. Mijn pijn in mijn schouder was verdwenen en ik voelde me kiplekker. Om 7.00uur vertrok ik en na zo'n vier uur bergopwaarts wandelen (met drie kwartier pauze) kwam ik aan in Tadapani. Een nederzetting van zes hotelletjes, met een prachtig uitzicht. Dit was mijn mijlpaal. Als ik dit binnen vijf uur had bereikt, zou ik vandaag nog doorstomen naar Ghorepani en de tocht in drie dagen lopen, zodat ik nog een extra dag te besteden en relaxen had in Pokhara. Dus ik zou doorstomen naar Ghorepani. Onderweg wist ik nog een aardige Japanse meid, Yukiko, op de kop te tikken en samen kwamen we rond 16.30uur aan. Daar vonden we vrij snel een hotel met een kachel in het midden van het restaurant. Na daar drie uur lang onze voeten gewarmd te hebben, gingen we naar bed.
Dag 3: Ghorepani (2750m) - Poon Hill (3200) en terug
Ghorepani (2750m) - Nayapul (1040m)
Totale duur: 10 uur (3 uur pauze)
Om 5.00uur ging de wekker om naar Poon Hill te gaan. Vanaf deze plek zou jeeen prachtige zonsopgang kunnen zien. Ik had eigenlijk helemaal geen zin, want ik had nog een lange dag voor de boeg, maar ik wilde het ook niet missen. Slapen kun je als je bejaard bent. Als een kudde schapen liepen we met een man of honderd de heuvel op. Het was stervenskoud, ik was doodmoe, maar het was het waard. Het was de mooiste zonsopgang die ik ooit heb gezien. De oranje gloed die van achter de bergen opkomt, die verandert in een verblindende lichtbundel is met geen pen (of toetsenbord) te beschrijven. Gelukkig voor jullie heb ik heel veel (en ook hele mooie) foto's gemaakt, maar ik moet ze nog schuldig blijven, aangezien ook deze computer mijn camera niet herkent.
Om 7.00uur liepen Yukiko en ik terug naar het hotel, pakten onze spullen, aten ons veel te duur ontbijt (hoe hoger je gaat, des te duurder wordt het eten en drinken) en om 8.30uur vlogen we heuvelafwaards. Na twee dagen bergopwaards te hebben gelopen, was dit zo gemakkelijk. Totdat we bij Ulleri aankwamen. Vanaf daar moesten over een afstand van 1km (hemelsbreed) 500 meter dalen. Hier deden we anderhalf uur over. Bergopwaards is vermoeiend, maar bergafwaards is gewoonweg pijnlijk. Zelfs nu, na vier dagen, voel ik mijn benen nog trillen als ik trappen loop.
Na de daling vlogen we weer het laatste stuk terug naar Nayapul. Daar kwamen we aan om 16.00uur en om 16.45uur pakten we de bus terug naar Pokhara. Daar werd in verwelkomd door verraste gezichten en na iedereen jaloers te hebben gemaakt met mijn foto's van de zonsopgang, ging ik naar bed.
Vrijdag heb ik lekker niets gedaan, alleen maar South Park gekeken, een busticket geregeld en gegeten. Heerlijk zo'n dag tussendoor.
Zaterdag was het tijd om echt van iedereen afscheid te nemen en om 8.00uur zat ik in de bus naar Lumbini, de plaats waar Boeddha Boeddha werd. De man van het reisbureau verzekerde me dat de bus van betere kwaliteit zou zijn dan de lokale bus, alleen voor toeristen zou zijn en dus niet zou stoppen onderweg en niet te veel via bergwegen zou rijde. Nou, de bus was was wel weer een crappy takkebus, vol lokale bevolking, stopte overal en de weg was alleen maar via de bergen. De buschauffeur reed als Michael Schumacher door de bochten en pas nadat ik drie keer op hem had geroepen, reed hij normaal. Het had niet veel gescheeld of ik had hem wat aangedaan. Achterlijke malloot!
Om 16.00uur was ik in Lumbini. Ik had gehoord dat je gratis kon overnachten in een Koreaans klooster en uiteraard wilde ik dit uitproberen. Hier kreeg je ook drie maaltijden per dag (om 6.00uur, 11.30uur en 18.00uur) en deze bestonden allemaal uit rijst met wat soep en wat groente dat ik niet echt kon thuisbrengen. Maar het was te eten, behalve als ontbijt. Hier heb ik toch echt iets als gewoon brood of muesli nodig.
Vanuit Lumbini ben ik de grens bij Sanauli overgestoken, heb de bus gepakt naar Gorakpur (verschrik-kelijke stad, daar wil je niet blijven) en van daar de nachttrein naar Varanasi genomen. Om 9.00uur vanmorgen kwam ik hier aan en werd naar het Shanti Hotel gepakt. Dit hotel heeft een gezamelijke kamer (dormroom) op het dak van het hotel, met een kooi eromheen. Over deze kooi zijn doeken gespannen tegen het zonlicht. Deze kamer kijkt uit over het grijze Varanasi en de Ganges. Dit moet ik gewoon een keer ervaren hebben, dus vanavond slaap ik in de half open lucht en morgenvroeg word ik waarschijnlijk wakker getrommeld door apen. Feest!
Kilometers...
Vanuit McLeodGanj had ik een luxe bus geboekt voor 650 roepies (een kleine 10 euro). De rit duurde zo'n 13 uur en was een nachtrit. Ik had de goede hoop om 's nachts lekker in de luxe bus te slapen en overdag redelijk uitgerust aan te komen. De bus op zich was oke, maar de weg was verschrikkelijk. Ik ben inmiddels wat gewend, maar ik was 13 uur non-stop misselijk en ik was dan ook helemaal gebroken toen we in Rishikesh aankwamen. Gelukkig was er een stel uit Australie met wie ik de ervaringen kon delen. Na een best lekker ontbijt werd het tijd om naar bed te gaan en van de rest van de dag heb ik dan ook helemaal niets meer meegekregen.
Aangezien Rishikesh zichzelf de jogahoofdstad van de wereld noemt, moest ik natuurlijk een jogales volgen, dus om 7.00uur de volgende dag ging de wekker weer. Ik moet zeggen dat deze les me best goed heeft gedaan, ik kon me in ieder geval concentreren bij deze leraar. Voor de rest van de dag waren we te vinden in het stadje zelf. Op zich een mooi stadje, maar als er iets is waar ik gewoon niet gewend aan kan raken, dan is het de stank die in de dorpjes heerst. Het lijkt wel alsof ze alles hier in het meest vettige spul bakken dat er maar te vinden is, deze lucht vervolgens mengen met hun eigen lichaamsgeur, drie weken laten staan en vervolgens midden op straat vrijlaten. Maar de maaltijd van Mama (zoals iedereen haar noemt) maakte veel goed en het ontbijt de volgende dag zorgde ervoor dat ik al mijn sores vergat.
Oke, tijd om naar Nepal te trekken. Ik had wat kilometers voor de boeg, dus om 9.00uur zat ik in de bus naar Banbasa, een klein grensplaatsje bij Nepal. Toen het donker begon te worden en ik nog steeds niet bij Banbasa was, adviseerde een stel mij om bij de volgende halte, in Rudrapur, uit te stappen en daar een hotel te zoeken. Ik had eigenlijk ook geen zin om laat in de avond naar een hotel te zoeken, dus het leek me het beste om hun advies op te volgen. Ik kwam uiteindelijk uit bij een, naar mijn maatstaven, veel te duur hotel. Ik moest maar liefst 600 roepies (ongeveer 8,50 euro) voor een nacht betalen, maar ik kreeg er dan ook een luxe hotelkamer, met tweepersoonsbed, douche en tv voor terug. Toen ik erachter kwam, dat de tv een kanaal had waar alleen maar manga (Japanse tekenfilms) werd getoond, heb ik voor de rest van de avond niets meer gedaan dan voor de buis hangen en manga kijken. Heerlijk.
De volgende dag ging de wekker weer om 6.00uur en om 7.00uur zat ik in de bus. Het was nog 2,5 uur naar Banbasa. Eenmaal daar aangekomen was het makkelijk om de grens over te steken. Ik dacht dat ik het lastigste deel achter de rug had en vol goede moed liep ik Nepal binnen. Daar werd ik direct ontvangen door het welkomstcomitee van Nepal. Vier a vijf jongens van een jaar of 16, 17 drongen zich direct om me heen om me een veel te dure taxirit naar Mahendranagar aan te bieden. Het was niet zozeer wat ze zeiden, maar ik denk meer de manier waarop, dat ervoor zorgde dat binnen 3 seconden de enorme drang in me opkwam om ze overhoop te schoppen. Het was godverdomme tien keer erger dan India. Uiteindelijk kreeg ik wel de taxirit voor de juiste prijs, maar mijn humeur had zijn dieptepunt bereikt. Achteraf kreeg ik te horen dat het tuig van Nepal, dat uitgezet is naar India, zich hier verzamelt om zo zijn weg terug probeert te werken in Nepal.
Van Mahendranagar was het zo'n 5 uur rijden naar Ambasa, een plaatsje in het midden van het National Park. Ook de busrit was veel erger dan India. De stoelen zaten los en je voelt de stangen van de leuningen in je rug porren en redelijk brak kwam ik dan ook aan. Daar werd ik weer ontvangen door twee jongens die me een hotelkamer aanboden. Na 10 minuten onderhandelen kreeg ik een kamer voor 200 Nepalese roepies (2 euro), maar aangezien alle 200-roepiekamers vol zaten, kreeg ik een 700-roepiekamer voor 200 roepies en deze kamer was echt relaxed. Dat was wel een mooie afsluiter van een, laten we zeggen, indrukwekkende dag.
Aangezien ik toch in het midden van het National Park zat, kon ik net zo goed een dag daar besteden. Hier heb ik helaas niet veel wilde dieren gezien, maar het was een heerlijke dag, waarin ik gewoon even lekker heb kunnen nadenken over alles wat ik heb meegemaakt en hoe ik veranderd ben ik de afgelopen twee maanden. Als jullie het niet erg vinden, hou ik deze gedachten nog even voor me.
De volgende dag nam ik weer een nachtbus naar Pokara. Nooit meer, echt, nooit en nooit meer. De bus was nog gammeler dan de eerste bus in Nepal, ik kon echt ieder onderdeel van de stoel voelen, ik zat veel te krap en de lucht was misselijkmakend. Onderweg kreeg de bus twee keer een platte band, stond 's nachts zo'n drie uur in de file (geloof me, je krijgt dan echt geen slaap, want overal om je heen hoor je getoeter, de bus trekt om de vijf minuten flink op en stopt dan weer en de conducteur kon zijn klep ook niet houden) en het duurde in totaal 15 uur voordat de bus in Pokara aankwam. De laatste drie uur heb ik trouwens op het dak van de bus gespendeerd, want dat was veel comfortabeler. 'Naar de klote' heeft nu een hele nieuwe dimensie gekregen: Ik kwam gisteren rond 13.00uur aan en ik voelde miserabel. Mijn maag was helemaal samengekrompen en sinds ik ben aangekomen, moet ik om de haverklap naar de wc. Zelfs nu voel ik me nog misselijk en moet ik om het uur naar de wc.
Eigenlijk had ik vandaag aan een zevendaagse trek door de Himalaya willen beginnen, maar dat lijkt me niet zo'n goed idee. Hopelijk ben ik morgen voldoende aangesterkt om aan deze onderneming te beginnen. Ik hoop het, want trekken door de Himalaya is de enige reden waarom ik hier in Nepal ben.