paulgielen.reismee.nl

Maai hau plang. Wuo la nimiau. Ju deu mie. Uhm......

Ik wist dat het in China best koud zou zijn, maar toen ik daar vorige week vrijdag aankwam, kon de klimaatshock niet grote zijn. Bewapend met twee paar sokken, twee onderbroeken, twee t-shirts, een sweater, jeans en een pet liep ik door Beijing, maar tegen -1 graden celsius (in tegenstelling tot 32 graden in Bangkok) hielp deze kledingcombinatie niet veel. Ik was dan ook heel blij dat ik de hostel makkelijk kon vinden en ik heb me daar voor de rest van de avond voor de verwarming genesteld en niemand kreeg me daar weg. De volgende dag ging ik dan ook direct op zoek naar nieuwe kleren, die trouwens heel makkelijk te vinden waren in de Silk Market. Ik heb nog nooit verkopers gezien die zo wanhopig leken om iets te verkopen. Onderhandelen was daar nog makkelijker dan ademen. Binnen twee minuten had ik een muts en handschoenen voor nog geen kwart van de prijs (en waarschijnlijk heb ik nog te veel betaald) en binnen nog twee minuten vond ik een dikke trui waarvoor ik maar mijn prijs hoefde te noemen en het was van mij.

Eindelijk goed bewapend tegen de kou was het tijd om de bezienswaardigheden van Beijing te gaan bekijken. Eerst natuurlijk de verboden stad, die echt prachtig was. Het vreemde was dat ik helemaal niet het gevoel had dat ik door een toeristische trekpleister liep, het leek gewoon een ander, weliswaar druk bevolkt, deel van China. De volgende dag waren de Lama Temple en de Temple of Heaven aan de beurt. De Lama Temple was aardig, maar ik heb al genoeg tempels gezien om nog snel onder de indruk te zijn. De monniken kwamen overigens wat arroganter over dan in Thailand, maar dat kan ook aan mij liggen. De Temple of Heaven was uniek en indrukwekkend. Rondom de tempel was een park waar mensen met van alles bezig waren: Dansen, kaarten, majong spelen (geen idee hoe dat spel gaat), voetballen met iets dat op een badmintonshuttle leek en troep verkopen. De dag daarna moest ik natuurlijk de Mega Ultra Super Lange Muur van China bekijken. Stervenskoud (-7 graden), maar door de sneeuw was dit een unieke aanblik. Aangezien het op de Muur vergeven is van de kleine trappen, was het best gevaarlijk om lange afstanden af te leggen, dus besloten we om na een dik uur weer om te draaien. Tijdens onze hele wandeling werden we vergezeld door een persoonlijke Nice Guy, die overal ongevraagd uitleg bij gaf. Aan het einde wilde hij een boek verkopen, maar ik legde hem in mijn beste Chinees uit (lees: No!) dat ik het niet wilde. Na nog een dag het Olympisch Stadion van de buitenkant te hebben bekeken, was het tijd om verder te gaan naar Suzhou.

In Thailand had ik een stel leren kennen dat in Suzhou woont en hier werd ik na een redelijk vermoeiende treinrit hartelijk ontvangen. Even ter info: In China zijn er vier treinklassen: Soft sleeper, hard sleeper, soft seat en hard seat. De sleeper is voor nachtelijke ritten natuurlijk het beste, maar ik kon alleen nog maar een hard seat krijgen. Die was best oke, maar niet ideaal als je wilt slapen, zoals ik dus. Toen ik bij Birgit en Holger (uit Duitsland) aankwam wist ik niet wat me overkwam: Een appartement, luxe en ruim, met een eigen slaapkamer, de was werd voor me gedaan, ontbijt werd voor me gemaakt, kortom: Ik waande me in de hemel. Ook werd ik door Birgit overal gratis mee naartoe genomen. Tijdens de twee dagen in Suzhou heb ik, denk ik, alle grote bezienswaardheden van China gezien, van parken tot pagodes tot traditionele huizen. De derde dag werd ik meegenomen naar Shanghai. Als je van grote steden houdt, is Shanghai methaar 19 miljoen inwoners een paradijs. Overal wolkenkrabbers, moderne gebouwen, Starbucks Coffeewinkels,mensenmassa's en verkeer dat je om de minuut van de sokken rijdt. Ik was wel behoorlijk onder de indruk, maar ik hou niet zo van grote steden, dus na een dag had ik het wel gezien.

Die dag pakte ik weer de nachttrein naar Lian Yun Gang, waar ik een afspraak had met Master Liu Yong, een meester in de Taiji. Na een extreem brakke nacht (ik had weer een hard seatkaartje, maar in tegenstelling tot de vorige rit was deze keer de trein stampvol met kleine mensen met spleetoogjes die geen woord Engels spraken. Tot overmaak van ramp was er een baby aan boord die de hele nacht een alarmsignaal bleef afgeven) werd ik gelukkig opgewachtdoor Master Liu die me meenam in zijn privetaxi. Ikhad eigenlijk verwacht dat ik bijhem thuis zou wonen voor een paar dagen, maar hij zette me af bij een hotel waar hij alles voor me geregeld had. De kamer was weer extreem luxe, met banken, twee tv's, een bureau, een douche met bad en een dubbel bed. Ooknam hij me mee naar de betere restaurants in Lian Yun Gang waar het er echt op Chinees aan toe gaat. Ik werd dus niet alleen weer helemaal verzorgd. maar dit is ook een hele makkelijke manier om China echt te leren kennen. Dat mag eerlijk gezegd ook wel, want ik betaal er meer dan genoeg voor.

Rondreizen is China is heel eenvoudig als je de taal spreekt,maar voor lange blonde westerlingkan het best ingewikkeld worden. Als je ergens om vraagt, hebben ze totaal geen idee waar je het over hebt en ze proberen je in hun allerbeste Chinees uit te leggen hoeveel het kost of waar je heen moet gaan. Maar zelfs hun allerbeste Chinees is voor mij abracadabra en ik probeer dan weer in mijn allerbeste Engels uit te leggen dat ik er geen hol van begrijp, waarop zij weer in hun allerbeste Chinees uit proberen te leggen dat zij er niets van begrijpen en zo is de cirkel rond. Ik heb er dan ook een halszaak van gemaakt om op zijn minst een paar basiswoorden Chinees onder de knie te krijgen, zodat rondreizen iets makkelijk wordt. Ik ben namelijk niet van plan om voor de rest van de tijd onder Master Liu's vleugels te leven en in mijn veel te luxe hotelkamer te zitten. Ik wil China op eigen houtje leren kennen, met al zijn nukken en bijzonderheden

I'm a poor lonesome cowboy

De afgelopen week heb ik doorgebracht in een Muay Thai trainingskamp in Petchaburi en dit was een geweldige plek om alles te laten bezinken. Ook was het heerlijk om een tijd lang op een plek te blijven, om niet iedere dag weer je biezen te moeten pakken en een bus te zoeken. Hier kreeg ik in huis ook een eigen kamer, werd er iedere dag eten voor me klaargemaakt en er was altijd wel iemand om mee te praten, iets wat ik ook wel nodig had om om te gaan met het verlies van Ramon.

Op de avond van zijn crematie had mijn trainer een wedstrijd, maar hij begreep het dan ook helemaal dat ik hier niet bij wilde zijn. Ik wilde deze avond veel liever alleen doorbrengen, gewoon wat rondlopen in de stad en in de achterbuurt en hier vond ik een heel klein tempeltje. Niets bijzonders, maar voor mij was dat op dat moment perfect. Gewoon niets doen en nadenken, dat heeft me echt goed gedaan. Toen ik uitgemijmerd was, had ik weer het gevoel dat ik weer tegenaan kon en de ochtend daarop ben ik weer flink aan de slag gegaan met mijn training.

Over Muay Thai en de training: Muay Thai is de keiharde nationale sport van Thailand, maar tegelijktijd de meest bewonderingswaarige die ik ken. In de ring schoppen ze elkaar het licht uit de ogen, maar zodra de bel gaat, omhelzen ze elkaar en is alles vergeten. Het draait hier allemaal om respect en lol. In Phetchaburi trainen ze in Muay Burat, de klassieke stijl die meer gebruikt wordt / werd in straatgevechten, meer gericht op het breken van botten, en verboden is in de ring. Als je op YouTube zoekt onder 'Tony Jaa', zie je Muay Burat. De training was een van de meest intensieve en vermoeiende dingen die ik ooit heb ervaren. Een minuut lang tegen een zandzak trappen klinkt weinig, maar is zo extreem vermoeiend. En dan met het andere been. Mijn God, ik dacht dat ik het niet zou overleven. Gelukkig kreeg ik na vijf minuten de zak in elkaar rammen een hele minuut pauze. Daarna was het tijd voor de vuisten en ellebogen. Mijn knieen, schenen en ellebogen hebben nog nooit zoveel pijn gedaan. Ik heb gelukkig maar een keer moeten sparren en dat was op de laatste avond. 'No power' was het devies, maar ik werd iets fanatieker dan de bedoeling was, dus werd Biew, mijn sparringpartner, dat ook. Helaas had hij zo'n 10 jaar meer Muay Borat ervaring dan ik en is ook hij nationaal kampioen, dus toen ik op een gegeven moment even met mijn ogen knipperde, voelde ik dat ik door de lucht vloog en de grond kuste. Gek genoeg viel de klap best wel mee en ik wilde doorgaan, maar de trainer werd kwaad op Biew en dat was het einde van de oefening.

Volgens mij had ik de vorige keer al iets verteld over Dina en Fani, twee zussen uit Griekenland die hier ook trainden. Met hen ben ik behoorlijk veel opgetrokken: IJs gegeten, het vakantiepaleis van de koning bezocht, ijs gegeten, wat rondgewandeld is Phetchaburi, ijs gegeten, gekletst en gekaart en ijs gegeten. Ik zal ze echt missen, maar dat is het lot van een arme eenzame reiziger. Je ontmoet geweldige mensen, maar je moet van iedereen ook weer afscheid nemen. Na zes maanden leer je er wel mee om te gaan, maar echt wennen doet het nooit. Sjezus, zes maanden alweer...

Morgen stap ik op het vliegtuig naar China voor een nieuw avontuur, met nieuwe mensen. Ik hoop dat ze klaar voor me zijn.

Happy birthday...

Ik weet niet goed hoe ik moet beginnen, dus laat ik maar direct met de deur in huis vallen: Vorige week is Ramon overleden, een vriend die ik waar ik zo'n 24 jaar lief en leed mee heb gedeeld. Ik heb heel bewust de keuze gemaakt om niet terug te komen. Ik heb zijn moeder beloofd om nu voor 200% te leven, voor zowel Ramon als mezelf en dat ben ik ook aan het doen, maar vandaag en morgen staat alles even stil. Op de dag van zijn crematie en zijn verjaardag wil ik mezelf de tijd gunnen om alles te overdenken en te laten bezinken. Ik heb dan ook niet veel zin om een uitgebreid dagboek te schrijven, dus ik geef nu een korte samenvatting van de afgelopen week.

Van Ko Samui ben ik naar Krabi gegaan, van de ene toeristische trekpleister naar de andere en zodra ik hier aankwam, kon ik niet wachten om weer te gaan. In Krabi, op Tonsai Beach, een van de weinige enigszins relaxte plekken in Krabi, ben ik twee dagen gebleven en vandaar ben ik naar Kao Sok gegaan. Deze plek was wel heel mooi, vooral Kao Sok National Park en hier wilde ik wel wat langer blijven, maar toen het na twee dagen in mijn hut krioelde van de mieren, besloot ik om ook hier snel te vertrekken. Om de een of andere reden bleef de plaats Petchaburi op mijn landkaart mijn aandacht trekken, dus moest ik hier op zijn minst een keer de lucht geroken hebben. Toen ik hier aankwam, werd ik langs de snelweg gedropt en ik had geen idee waar ik heen moest. Gelukkig kwam er binnen twee minuten een jongen op een scooter die mij naar een guesthouse bracht. Hier in Petchaburi ging ik op zoek naar een trainingskamp voor thaiboksers. Ik kan niet zeggen dat ik Thailand echt gezien heb als ik niet wat Muay Thai-ervaring heb opgedaan. Ik was eigenlijk op zoek naar een ander trainingskamp, maar ik raakte hopeloos verdwaald, kwam uit in Belgie (grap voor insiders), fietste en vroeg wat rond en uiteindelijk werd ik naar een volslagen andere plek gebracht, die aanvankelijk een beetje achterbuurtachtig leek. Maar al snel bleek dit een geweldige plek te zijn en de baas van deze plek bood me aan om, tegen betaling uiteraard, hier te blijven slapen. Aangezien ik er iedere dag om 6.00uur uit moet, is dat best een goede optie. Ook trainen hier twee zussen uit Griekenland en pas na twee dagen kwam ik er via YouTube achter dat de jongste (25) amateur wereldkampioen Muay Thai is. Zelf rept ze er met geen woord over. Bescheidenheid is echt een geweldige eigenschap.

Hier ben ik van plan om een week te blijven en ik heb echt het gevoel dat ik hier nu hoor te zijn. Er kan niet zonder reden zijn dat ik in Petchaburi ben uitgekomen, binnen twee minuten door een scooter ben opgepikt en uiteindelijk bij dit trainingskamp ben uitgekomen. Toen ik van huis vertrok, had ik het gevoel dat ik een engelbewaarder had die over me waakte. Nu weet ik zeker dat ik er twee heb. Meer dan genoeg reden om door te blijven gaan...

Ik ben een klein blank visje in een zee van blauw

Ik ben ervan overtuigd dat iedere beslissing die je neemt de juiste is, zolang die keuze niet ten koste gaat van anderen of van de omgeving. Maar nu ben ik er ook van overtuigd dat er zelfs op deze regeluitzonderingen zijn.

Na Bangkok pakte ik de trein naar Kanchanaburi, want daar zou een tijgertempel zijn en die moest ik natuurlijk gezien hebben. De trein ging niet helemaal die kant op, dus ikmoest onderweg overstappen. Geen probleem, ik kom er wel, was mijn gedachte. Al snel bleek dat de trein een half uur vertraging had, waardoor ik mijn laatste aansluiting miste. Weer geen probleem, dan pak ik de bus. Ja hoor, na anderhalf uur wachten kreeg ik eindelijk een minibus, die als volslagen achterlijk over de snelweg scheurde. Rond half 6 kwam ik dan eindelijk aan, bij een guesthouse die me net iets te ver van alles af lag. Ook wisten verschillende toeristen me te vertellen dat de tijgertempel een grote teleurstelling was, dus mijn frustratie werd weer wat gevoed. Maar geen probleem, morgen pak ik gewoon van hieruit de trein naar het zuiden en dan laat ik dit alles achter me. Toen ik de volgende dag met mijn beste bedoelingen op het busstation stond, kreeg ik te horen dat weer helemaal terug moest naar Bangkok, om daar de bus naar Hua Hin te pakken. Deze hele tocht had ik dus letterlijk voor niets afgelegd. Dit was de eerste keer tijdens deze reis dat ik spijt had van een keuze. Maar het zal wel ergens goed voor zijn., hoop ik...

Laat in de middag kwam ik aan in Hua Hin, de vakantiebestemming van Zijne Koninklijke Hoogheid Van Thailand, maar aangezien hij behoorlijk oud en ziek is, zal hij hier waarschijnlijk niet meer komen. Dit plaatsje was niets meer dan het gemiddelde toeristenstadje en niet eens de moeite van het beschrijven waard.

Van Hua Hin pakte ik 's ochtendvroeg de bus naar Chumpom, om vandaaruit de boot naar Ko Tao te pakken. Ik verwachtte wel redelijk snel een boot te vinden, aangezien ik echt op tijd was vertrokken. Nu heeft men het in Chumpon het echter zo gegereld dat er slechts drie boten vertrekken gedurende de dag: Om 7.00uur, 13.00uur en 23.00uur. Door een kwaadaardige speling van het lot kwam ik om 13.30uur aan en moest ik tot 23.00uur wachten. Wat was ik blij met mijn Nintendo DS.

De volgende ochtend kwam ik rond 6.30uur half uitgerust aan op Ko Tao, dankzij een net iets te korte en onstabiele nachtrust. Om 9.30uur begon mijn duikcursus, dus had ik nog een paar uur om op strand in slaap te vallen en deze tijd had ik ook hard nodig. De duikcursus (Advance Open Water) was echt geweldig. De cursus werdgegeven door Anthony, een enthousiaste dikke kale Engelsman (alsjeblieft, verwar hem niet met de Engelse toeristin Pattaya). De foto's die ik a.s.a.p op internet zal zetten spreken voor zich...

In de middag begonnen we aan onze eerste duik. Tijdens deze duik voelde ik me een behoorlijke kluns. Ik moest alles weer ophalen van de laatste duik in Mozambiek (weet je nog? Zeeziek tot en met...), maar tijdens de tweede duik ging alles al veel beter. De laatste duik van die dag was een nachtduik. Wat ongelofelijk machtig, ik heb nog nooit zoveel verschillende kleuren zwart gezien. Toen we na zo'n 20 minuten onze lantaarns onder water uit deden, werd het pas echt duidelijk hoe mooi de kleur zwart kan zijn. Oke, voor de bijdehantjes onder ons: Ik weet dat zwart geen kleur is... De volgende dag begonnen we rond acht uur aan onze eerste duik en ik merkte dat ik dit al veeel beter ging dan de dag daarvoor. Opvallend is trouwens ook dat je behoorlijk snel een band kweekt met je duikpartner, aangezien je toch zowat je leven in zijn handen legt. De laatste duik was een eitje en nu mag ik officieel tot 30 meter diep duiken. Hier in Ko Tao hebben ze trouwens een leuk ezelsbruggetje om de checklist voor het duiken BWRAF (BCD, Weights, Releases, Air, Flippers) te onthouden: Bangkok Women Rarely Are Female.

Voor de rest van de dag heb ik niet veel meer op Ka Tao gedaan, alleen nog wat nagedronken met mijn duikgroepen de volgende ben ik de op boot gestapt naar Ko Samui. Ko Tao en Ko Samui zijn echt twee compleet verschillende eilanden: Ko Tao is helemaal ingesteld op duiken, lijkt meer op een groot vakantieoorden iedereen die daar komt is onder de 30. Ko Samui is lijkt meer op een grote stad, heeftmeerte bieden, zoals massages en showsen heeft meer toeristische plekjes, zoals uitzichtspunten en watervallen. Ik had veel mooie verhalen over deze plekken gehoord, maar vandaag ben ik erachter gekomen dat je echt overal voor moet betalen en eerlijk gezegd ben ik na vijf en een halve maand reizen echt niet meer snel onder de indruk. Ook heb ik blaar zo groot als een spiegelei en dat maakt het wandelen er niet prettiger op.

Ik had gehoord dat je met een babytijger op de foto konen hier wat betreft de 'mooie plekjes' had ik mijn laatste hoop op gevestigd. Wat een godvergeten afknapper. Sorry, maar deze frustratie moet er gewoon even uit, ik kom er namelijk net pas vandaan. Toen ik hier aankwam, zag ik een klein zielig tijgertje in een kooitje van 2 x 1 x 1 liggen. Dat arme dier kon de hele dag niets doen, behalve liggen en zielig kijken en werd even bij zijn nekvel uit de kooi getrokken als er weer een paar toeristen aankwamen om een onvergetelijke foto te maken. En hiervoor vragen ze dan 200Baht. Viva la tourisma!

Ik ben nu een paar dagen in het meer toeristische zuiden, maar ik heb veel liever het noorden. Het is hier prachtig en er is veel te doen, maar alles is hier voorgekauwd. De spanning van het alleen reizen (aankomen in een stad die je niet kent,de weg zoeken, een hotel vinden, enz...)die ik in het noorden had, heb ik hier niet en door deze spanning voelde ik me echt in mijn element. Maar ik moet dit gedeelte ookgezien hebben, dit is immers ook Thailand. Bovendien heb ik mezelf gedwongen om hier in het zuiden een soort vakantie te nemen, voordat ik er weer flink tegenaan ga ik China. Dus vanavond ga ik naar een strandfeest, morgen een dagje aan het strand. Misschien ergens een massage tussendoor. Lekker decadent...

Ga verder naar start

Ik had op internet gelezen dat Pattaya een pretpark en een dierentuin had, dus verheugde ik me erop om hierheen te gaan. Toen ik hier aankwam, bleek dat deze plaats helemaal gebouwd wasop toerisme: Dikke, vatsige, zwetende, zatte, Engelse toeristen die hier hun geldspendeerden om een klein, fragiel, mooiThais meisje te besmeuren, omdat ze in hun eigen land niemand kunnen vinden. Tijdens de eerste taxirit in deze stad ging ik bijna over mijn nek, omdat recht tegenover mij een oude gerimpelde grijze smeerlap met een meisje, beslist niet ouder dan 18, op schoot zat, haar teder en lief kussend. Ik heb zelden zoiets smerigs gezien. Van de stad zelf had ik binnen twee minuten genoeg. Deze stad was echt een grote hoerenkeet en ik was hier echt een lustobject. Blijkbaar is ook in dit land der blinden de eenoog koning: Overal werd ik door Thaise hoeren nageroepen envastgegrepenen het was helemaal verschrikkelijk toen ik rond1 uur 's nachts een uur lang naar mijn hotel moest zoeken, terwijl ik doodop was van alle indrukken van de dag. Ik wilde gewoon ALLEEN naar bed en daarnaast heb ik ook niet de minste behoefte om te hier te betalen voor sex. Achteraf kan ik zeggen dat ik wel blij ben dat ik hier in ieder geval een volle dag geweest ben, want nu kan ik zeggen dat ik weet hoe het is en dat ikook deze kantvan Thailand heb gezien.

De volgende dag vluchtte ik naar Rayong, een andere stad aan de zuid-oostkust van Thailand. Hier vond ik, met de hulp van een hele vriendelijke man bij de busstation, die een halfuur van zijn tijd besteedde om mij te helpen,een goedkoop guesthouse, waar ik de enige gast was. Dit lag op een minuut lopen vanhet strand. Het was weliswaar niet zo mooi als in Pattaya, maar ik had het nagenoeg helemaal voor mij alleen en ik heb dan ook echt uren van ieder moment van de zonsondergangen genoten. En 's avonds laat was het super om gewoon alleen ophetstrand te zitten en een beetje weg te dromen, mijn zonden te overdenken en te genieten.

In Rayong heb ik in de drie dagen dat ik daar was niet extreem veel gedaan. Ik ben naar een aquarium gegaan, dat overspoeld werd met schoolkinderen en ben een dag op en neer gegaan naar Ko Samet. Ko Samet is een prachtig eiland, slechts een paar kilometer van de kust, maar het is weer een typisch geval van toeristenvervuiling. Ik heb hier een uurtje aan het witte strand tussen de witte mensen gelegen, heb wat rondgewandeld en wat van de natuur gezien en aan het eind van de middag kon ik niet wachten om weer terug te gaan naar het vasteland, naar mijn eigen privestrand.

Van Rayong ben ik op weg naar Bangkok een dagje naar Khao Khiew Open Zoo gegaan. Overal (op de officiele borden) wordt deze naam trouwens anders geschreven: Khao Khiew, Khao Khieo, Kao Kiew, KhawKieoen ga zo maar door. Ik had weer ongelofelijk veel geluk: Van het hotel wilde ik een lift naar het centrale busstation in Rayong, maar ik kreeg een lift naar een stad die slechts een paar kilometer van de zoo verwijderd was. Daar kon ik gratis met een toerbus bus meerijden, omdatdietoch die kant opging. Als klap op de vuurpijl kreeg ik vanuit de dierentuin een lift naar Pattaya (oke, je kunt niet alles meehebben), zodat ik van daaruit een directe bus naar Bangkok kon pakken.

In Bangkok ging ik direct naar het hotel waar ik mijn trip in Thailand was begonnen. Dit hotel is verreweg de beste keuze: Goedkoop, centraal en een geweldige service. Ik hou normaal niet van de grote steden, maar ik kan bijna niet om Bangkok heen als ik verder wil naar het zuiden. Bovendien moest ik een paar dingen in Bangkok doen, zoals een visum voor China aanvragen. Ook zijn er in Bangkok gewoon een paar dingen die je gezien moet hebben. Gisteren ben ik met een groep naar een lady-boyshow geweest. Ter verduidelijking: Een lady-boy is een transsexueel (van man naar vrouw) of een travestiet, afhankelijk van fanatiek ze zijn. Ik moet eerlijk zeggen, sommige lady-boys waren te erg om aan te zien, maar sommigen zagen er echt uit als volwaardige vrouwen. Ze hadden zelfs geen adamappel meer.

Vandaag heb ik weer iets heel anders meegemaakt: Ik ben bedreigd door mijn taxichauffeur. Na een te wilde en te lange taxirit, waarin hij me naar drie winkels had gesleurd (kijken, kijken, niet kopen), zodat hij een coupon kreeg voor gratis benzine, wilde hij me niet bij het treinstation afzetten, vanwege de file.

'Station over there!'

'Where? I don't see it.'

'Walk over there.'

'Drop me off at the station, or no pay!'

'No pay? Kickboxing!'

'What? Are you threatening me?'

'Yeah.'

Ik kan zeggen dat ik veel pik, maar ik laat me niet bedrijgen door een ondermaatse taxichauffeur met rotte tanden. Ik ben dan ook direct uitgestapt en heb hem geen cent gegeven. Gelukkig stond er op de hoek van de straat een agent. Ik zag hem, mijn grote vriend zag hem en draaide direct om. Geen leuke ervaring, maar je moet alles een keer hebben meegemaakt. Bovendien heb ik er een gratis taxirit aan overgehouden. Het treinstation was er achteraf niet al te ver vandaan, maar dat kon van de plaats delict niet zien.

Gisteren heb ik uitgebreid met iemand in het hotel gesproken die een paar maanden door China heeft gereisd. Ik heb minder dan een maand over in Thailand en daar baal ik van, maar ik verheug me ook op China. Hier wil ik proberen om voor een paar weken of een maand werk te vinden als Engels leraar en dat schijnt daar een eitje te zijn. Geweldig!

Wat? Een ruine?

Ik was volgens mij gebleven in Nakhon Ratchassima (Karot) en zou naar een voetbalwedstrijd gaan. De foto's spreken volgens mij voor zich: Een grote jolige boel tussen de F(eest)-side van Thailand, van een uur voor het beginsignaal tot een halfuur na het eindsignaal. Maar hoe goed ze hier in Thailand zijn in feesten, Thaiboxen en padthai koken, voetballen kunnen ze echt niet. De elf olijke knapen, ieder niet groter dan 1,20m, die samen het nationaal elftal vormden, stonden volledig machteloos tegenover het superieure wereldteam van Denemarken. De wedstrijd was dan ook een afslachting, maar daarom heb ik des te meer bewondering voor de onuitputtelijke feestvreugde en positieve houding van de Thaise supporters.

Van Korat ging ik naar Khon Kaen. Wederom een grote stad, naar mijn mening zeker niet verkeerd, maar ook niet bijzonder. Maar deze stad heeft de grootste bioscoop die ik nog tot nu toe heb gezien. Typsich voor alle bioscopen in Thailand is de arcadehal, direct naast de filmzaal. Maar deze bioscoop spande echt de kroon en ik kon het niet laten om hier een paar baht in te steken. De film was ook geweldig: Avatar in 3D. Een van de mooiste films die ik ooit heb gezien, maar hier was wel behoorlijk duur: Omgerekend zo'n 4,50euro. Ongelofelijk.

Van Kohn Kaen wilde ik naar Sukothai (vergeet de 'H' niet duidelijk uit te spreken, anders hebben ze hier totaal geen idee waar je het over hebt), maar 7,5uur lang in de bus zitten vond ik wat lang, dus besloot ik bij Khaem Son(e) uit te stappen. Dit plaatsje vind je op bijna geen enkele kaart en ik verwachtte hier dan ook helemaal niets, maar ik hoopte op iets van een hotel of guesthouse. Dit plaatsje bleek echter heel erg in trek bij Thaise toeristen en hier waren alleen resorts te vinden. Gelukkig kon ik met vriendelijk lachen en een beetje zielig doen een achterkamer krijgen voor de helft van de prijs, die best redelijk was. Lucky me! Van hieruit wilde ik naar Khao Ko Palace, maar de buschauffeur dropte me, bij gebrek aan taalkennis (en waarschijnlijk ook aan intelligentie) bij een hotel in Khao Ko, 12km van waar ik wilde zijn. Maar het leuke was nog dat hij me niet verder wilde brengen en aangezien zijn diensttijd erop zat (om 16.00uur, ja doei!) vroeg hij 100baht om me terug te rijden. Dan nog liever liften! Dus daar stond ik met een lege maag langs de weg. Gelukkig was er een mooi uitzicht, ik had nog meer geluk toen ik een restaurantje vond waar ze goedkoop de lekkerste padthai maakten en mijn geluk kon helemaal niet op toen ik nog geen drie minuten na het verorberen van mijn maal een lift kreeg. Ook al had ik Khao Ko Palace niet gezien, ik had toch het gevoel dat ik echt al het geluk van de wereld had.

De dag daarop pakte ik de bus naar Sukothai, dat bestond uit twee delen: Old en New Sukothai. In New Sukothai was mijn guesthouse en hier was verder niet veel te doen, in Old Sukothai waren alle ruines, sites en tempels (in Thai: Wat).Voor 30baht kon je hier een fiets huren en door Old Sukotahai kachelen. Voor de beste plekken werd 100baht entree gevraagd, maar het was heel makkelijk om via een achteringang gratis naar binnen te glippen. Bovendien heb ik al genoeg wats en kapotte gebouwen gezien om hier nog voor te willen betalen. In Sukothai heb ik een dag heerlijk rondggekuierd, een dag helemaal, helemaal, helemaalniets gedaan, en de de derde dag pakte ik de bus naar Pinonchulok.

In Pinonchulok (ik hoop dat ik het goed schrijf) was vrijwel niets te doen, alleen waren erheleboel wats en een groot Boeddhabeeld te zien. Op zich waren deze best wel bijzonder, maar niet de moeite waard om hier nog een extra dag te blijven.

Ik had mijn zinnen gezet op Uthai Thani, waar een groot natuurpark, Huay Kha Kaen, is. Hier moest en zou ik naartoe gaan. De rit ernaartoe was duurder dan verwacht: 45 baht voor de bus (normaal) en nog eens 250baht op de scooter naar het park, en dan ook nog eens terug. In het park hoopte ik iets van dieren te vinden, maar aangezien mijn gids veel te hard kwaakte en ik veel te veel uit mijn oksels stonk, schrokken we samen alle tijgers en olifanten af. Maar ik heb er wel een lekkere wandeling, een dagje Thais spreken en een brandblaar op mijn been (been + uitlaat scooter = blaasjes op je been)aan overhouden. Ach, je moet alles van de positieve kant bekijken. 's Avonds leerde ik een Thais meisje, Amy, kennen, die me een beetje van Uthai Thani liet zien. Ze wilde gewoon graag helpen en ik accepteer graag lokale hulp, dus waarom niet. Zelfs nu belt ze me nog van tijd tot tijd om te vragen hoe het gaat. Lief kind...

Na Uthai Thani werd het tijd voor Ayutthaja, een tehuis voor weer (te)veel wats en ruines. Weer een mooie plaats, maar ik ben nu echt helemaal uitgewat en geruineerd. Gisteren had ik trouwens mijn eerste aardsvijand in Thailand gemaakt. Ik was een kijkje gaan nemen bij de Royal Elephant Kraal (verzorgingsplek) en wat mij hier enorm opviel was dat ze hier er niet vies van waren om de olifanten, zelfs de baby's, met een bamboestok te slaan, zelfs als het, naar mijn mening,niet echt nodig was. Toen ik dit weer een keer zag gebeuren, zei ik tegen een andere Oostenrijkse toerist: 'Was ein Ashloch ist er.' Een dikke Engels vrijwilligster hoorde dit en flipte helemaal uit. Wat dacht ik wel niet? Als ik het beter kon, moest ik het maar laten zien! Wat had ze een hekel aan arrogante toeristen die hier de boel kwamen bekritiseren! Ik maar beter oprotten, want ze kon 'mijn soort' niet uitstaan. Oke, toegeven, ze had gelijk en ik kon mezelf ook wel voor mijn kop stoten dat ik me toch wel best als een arrogante toeristhad gedragen, maar kom op zeg, je hoeft dan toch niet als een overgeemancipeerde feministe met PMS te reageren...

Viva la diva

Voordat ik begin, wil ik een kanttekening plaatsen bij mijn vorige update. Misschien dat ik de indruk wekte dat ik zo langzamerhand een whiskeyjunk aan het worden ben, maar ik wil benadrukken dat dit absoluut niet het geval is. Ik snuif of spuit geen whiskey!!!

Toen ik in Udon Thani aankwam, was mijn plan om te gaan cityhoppen, zigzaggend naar de grens van Cambodja. Maar eerst wilde ik naar Phu Phra Bat, een Historical Park, ongeveer anderhalf uur van Udon vandaan. Dit park staat op het punt om eenWereld Cultureel Erfgoedte worden, dus het zal niet lang duren voordat dit park overspoeld wordt door blanken.Toen ik door het park liep, was ik dan ook de enige blanke toerist. Heerlijk rustig en prachtig. De weg terug heb ik gelift. Ongelooflijk hoe vriendelijk de mensen hier zijn. Ze zetten me nagenoeg voor mijn hotel af en vroegen er helemaal niets voor. Wat hou ik van Thailand!

Na Udon Thani was het tijd voor Sakon Nakhon, een stad in het noordoosten. Het was geen bijzondere stad, maar er was een park en een meer waar je heerlijk aan kon liggen, dus perfect om een dagje te niksen. Ook is het heerlijk om door de straten te wandelen. Iedereen staat je raar aan te kijken, want daar zijn ze geen blanken gewend. Maar zodra je ze begroet met 'Swadiekrap' (Swadiekhaa voor vrouwen) en je handen voor je gezicht houdt (alsof je bidt), wordt iedereen enorm vriendelijk, lachen ze naar je, beginnen ze een gesprek met je. En ze vinden het al helemaal geweldig als je laat merken dat je een paar woordjes Thai kent.Op deze manier werd ik een wandelende attractie en overal werd ik aangesproken. Ik besloot dan ook om dit spel mee te spelen en me gedragen als een filmster: Blijven lachen, groeten en kleine, hele basale gesprekjes voeren. Het duurt zo wel wat langer om van a naar b te komen, maar ik had geen haast en al helemaal geen plannen in deze stad. Het enige kleine minpunt was mijn hotelkamer, waar de kakkerlakken vrolijk rondrenden. Maar als je slaapt, zie je toch ze niet.

Van Nakon ging ik door naar Kalasima. Ook deze stad was niet heel bijzonder, maar desondanks was het een van de fijnste stadjes waar ik doorheen ben getrokken. Iedereen is enorm vriendelijk, hartelijk en warm en je wordt overal door studenten uitgenodigd om mee te eten en te drinken. Ik voelde hier nog meer een filmster dan in de vorige stad, zeker omdat ik hier voor 300Baht (6 euro) een uberluxe hotelkamer had, met een tweepersoons bed en een tv. En het hotel lag midden in een park, waar iedereen rond een uur of 5 gaat joggen, dansen of aan aerobics doet. Ik stond er echt van te kijken hoezeer de mensen hier in Thailand bezig zijn met hun lichaam. Je vindt in heel Thailand trouwens ook overal weegschalen, maar dan ook echt overal.

Na Kalasima ging ik naar Amrat Charoen (spreek uit: Amlatsjaleun, als een woord. Door dit uitspraakprobleem was het best lastig om de juiste bus te vinden). Wat een schijtstad: Grauw, grijs, niemand voert hier iets uit en gezelligheid en hartelijkheid is hier ver te zoeken. Een compleet andere wereld, vergeleken met Kalasim. Ik vond gelukkig een hotel iets buiten de stad, vlakbij een Boeddhaparkje. Ik vluchtte dan ook direct weg in mijn kamer enheb daar de hele avond verkwist met het kijken van Thaise spelshows. De volgende ochtend vroeg ben ik naar het parkje gegaan, wat wel heel mooi was om doorheen te wandelen en rond 10.00uur zat ik in de bus naar Ubon Ratchatani.

Ubon Ratchatani is gewoon een grote stad, niets bijzonders,en toen ik hier aankwam, heb ik alleen maar wat rondgekuierd, ben naar de bioscoop gegaan en vervolgens ging ik weer terug naar mijn crappy guesthouse (maar het was goedkoop), in een aanliggend dorp, genaamd Warin. Hier ontmoette ik Jean Pierre (ofwel: JP), een hippie die negen maanden op de fiets door Cambodja heeft rondgereisd. Respect! Van Ubon wilde ik eigenlijk met de trein naar Surin, om van daaruit naarCambodja te reizen, maar nadat hij me had verteld dat het in totaal zo'n80 US Dollar kost, alleen maar om naar Siem Reap te reizen en daar tussen de blanken wat (weliswaar mooie) tempels te bekijken (en dan heb ik nog geen eten, onderdak of transport naar de volgende stad), besloot ik toch maar om Cambodja te laten voor wat het is en met hem naar Nakhon Ratchasima te reizen. DIt besluit had ik trouwens genomen toen ik in de trein zat op weg naar Surin, dus het was echt een last-minute call en de hele trein maalde het door mijn kop: 'Wel of niet, wel of niet, wel of niet...?' Pas toen ik voorbij Surin was, wist ik dat ik niet meer terug kon en had ik rust.

Nakhon Ratchasima is een grote stad, veel te doen en veelte zien. Gisteren ben ik met JP naar Phasat Phimai gegaan, een stadje gebouwd rondom een ruine. Dit was dus wel al een Wereld Cultureel Erfgoed en dus redelijk blank, maar toch best aangenaam om doorheen te wandelen. Gisteravond zijn we uitgegaan in een club. Hier begon JP zich te ontpoppen als een echte achterlijke idiote toerist: Roepen,rond Thaise meiden hangen, die te beleefd waren om hem afweg te sturen en met zijn fles bier over straat waggelen.Rond 4.00uur heb ik hem dan ook echt aan zijn dreadlocks naar de hotelkamer moeten slepen. Nu kan ik zijn gedrag van gisteravond wel nog door de vingers zien, want hij was gewoon zat, maar toen hij zich vanmorgen nog steeds achterlijk gedroeg, kon ik niet wachten om hem op de bus te zetten naar Bangkok. Kom op zeg. Dertig jaar, gedraag je daar dan ook naar. 'You're trying to ditch me?'. 'No no, thanks for the great time. Bye!' Idioot...

Zelf blijf ik nog een dag hier. Vanavond is de voetbalwedstrijd Thailand tegen Denemarken, een onderdeel van een klein toernooi, genaamd de King Cup. Ik kan niet wachten om tussen de Thaise voetbalsupporters te zitten en te kijken hoe ze feesten op de tribune.

Achteraf kan ik zeggen dat ik blij ben met de keuze om Cambodja te laten voor wat het is, want ik heb van hieruit veel meer mogelijkheden om door Thailand rond te trekken. Mijn plan is om morgen naar het noorden, naar Khon Kaen, te reizen en van daaruit verder te trekken naar Sukothai. Ook hou ik nu veel meer geld over om andere dingen te doen en aangezien ik sowieso opnieuw in de buurt kom van de Combodjaanse grens staat deze deur nog altijd open. Ik zie wel. Niet plannen is het beste plan.

Laos: India revisited

Toen ik in Thailand op het vliegveld aankwam, kreeg ik alleen maar een duffe stempel om dertig dagen te feesten. Maar ik wilde een echt visum, je weet wel, zo'n officieel papiertje in je paspoort. Dit papiertje zorgt ervoor dat je drie maanden ongestoord in Thailand kunt doen en laten wat je wilt. Om zo'n echt officieel papiertje te krijgen, kun je het beste naar Laos gaan. Je raadt nooit wat ik deed. Jawel, ik ging naar Laos om dat papiertje op te halen. Ik besloot om het eens voor de afwisseling lekker makkelijk te doen, dus ik boekte voor 1650 Baht een driedaagse georganiseerde tour naar Luang Prebang, in Laos dus.

Op dag 1 werd ik in Chiang Mai opgepikt met een behoorlijk confortabele minibus, om naar Chiang Khong (aan de grens van Laos) te rijden. Na zo'n vijf uur kwamen we daar in het hotel aan. Het was behoorlijk confortabel, maar het was echt een grote afzetterij. Overal moest je extra voor betalen en alles was veel te duur.

Op dag 2 werden we massaal als een kudde koeien naar de grens geloodst. Daar moesten we een uur wachten op ons visum, dat we de dag van tevoren hadden afgegeven, om vervolgens naar de boot te gaan. De boot was echt heel basic, maar daar hou ik wel van. Er waren alleen maar kleine, gammele houten bankjes, maar we schoven ze gewoon aan de kant en gingen met ons kussen op de grond zitten kaarten. Op deze manier was het heel goed vertoeven en na zes uur kaarten, van het landschap genieten, drinken en eten kwamen aan in Pakbeng. Dit plaatsje is helemaal gebouwd rondom toerisme en zodra je voet aan wal zet, word je overvallen door aanbieders van hotels. Herinneringen aan India kwamen al een beetje naar boven. Verder was het wel gezellig, alleen was het dus ubertoeristisch.

Op dag 3 moesten we weer op de boot. Het was een andere boot dan dag 2: Kleiner en dus geen ruimte om de gammele bankjes aan de kant te schuiven. Ik was vroeg aanwezig, dus ik kon me een confortabele zachte stoel toeeigenen. Iedereen die na mij kwam had pech. De tocht was net zo mooi, maar veel minder gezellig. Na acht uur kwamen we aan in Luang Prebang. Ook deze plaats is helemaal gebouwd rondom toeristme en ook hier werden we weer overspoeld met hotels en tuk-tuks. Iedereen vond deze plek geweldig, maar ik vond het echt helemaal niets. Het was zeker een mooi plaatsje, maar je moet voor iedere drol die je legt betalen. 20000 Kip (een kleine 2 euro) om een tempel te bekijken, 5000 Kip om een bruggtje over te steken, 10000 Kip om naar uitzichtpunt te gaan. En ook deze plek werd overspoeld door blanken. Daarvoor ben ik hier niet. Ik wil de wereld zien, niet me iedere avond lam zuipen met een stel Nederlanders.

Na twee dagen vond ik dat ik genoeg afgezet was, dus wilde ik naar het zuiden om eindelijk mijn visum te halen. Maar nog even lang Vangvieng. Weer hetzelfde verhaal: Mooi plaatsje, maar hartstikke blank, afzetterij en tuk-tuks. Ik vond het trouwens wel grappig om te zien hoe iedereen zijn/haar best deed om iets van de prijs voor de tuk-tuk af te krijgen. Niet om arrogant te doen, maar hier was het echt peuleschil in vergelijking met India. Ik heb twee keer een rit nodig gehad en twee ging de prijs moeiteloos omlaag van 20000 naar 7500 Kip. En pissig dat ze dan zijn joh, heerlijk!. Maar het is wel weer zo vermoeiend om van a naar b te komen.

De volgende ochtend ben ik met een Duitser en een Canadees (Chris en Andrew), twee hele sympathieke, aardige, vriendelijke en jofele gasten, naar de Blue Lagoon en een Boeddhistische grot gewandeld. Echt heel mooi om te zien, maar toen we terugkwamen, was er niets meer dat me hier hield. Ik wilde direct met de lokale bus, geen georganiseerde toers meer voor mij, naar Viengtang om mijn visum te roggelen. De bus was dood, dus werd een shuttle geregeld voor dezelfde prijs. Dit was een van de vetste ritten die ik ooit heb gehad: Met Chris (de Duister dus) vier uur lang achter in een soort van jeep zitten en door dorpjes en berglandschappen heen kachelen. Echt maf!

In Viengtang was het echt weer India: Een grauwe, ongezellige stad, overal moet je voor onderhandelen en als je over straat loopt, word je overal aangesproken door tuk-tukbestuurders, alleen is dit alles in veel mindere mate. Maar toch voelde ik me hier niet helemaal thuis. Ik wilde echt zo snel mogelijk weer terug naar Thailand. Ik had gehoopt mijn visum binnen een dag te krijgen, dus ik ging om 7.30uur op een gehuurde fiets naar de ambassade. De kaart die ik had klopte niet en probeer maar eens in een stad waar geen hond Engels spreekt de Thaise ambassade te vinden. Uiteindelijk is het me toch redelijk snel gelukten om8.20uur kwam ik aan. Er waren nog 155 wachtenden voor mij. Schijt! Uiteindelijk ging het nog redelijk snel, maar ik moest mijn paspoort afgeven en de volgende dag kon ik het komen ophalen.

De volgende ochtend besloot ik eerst om een buskaartje te regelen voor mijn tocht naar Udon Thani, in Thailand.

Ik: 'One ticket to Udon Thani please.'

Man in loket: Zonder op te kijken: 'Buy ticket after 11.30'.

Ik: 'Huh, why?'

Man ik loket: Weer zonder op te kijken: 'Buy ticket after 11.30.'

Gloeiende...gloeidende. Hoezo, een achterlijike organisatie? Mijn visum kon ik om 13.00uur ophalen, dit ging wel heel makkelijk (en GRATIS), vervolgens kreeg ik dan eindelijk mijn buskaartje en om 16.00uur zat ik in de bus. Dit was echt heel eenvoudig. Bus in, bij de grensovergang bus uit, paspoortcontrole, bus weer en naar Udon Thani. Udon Thani is absoluut geen bijzondere stad, maar het is weer Thailand en het zo anders. Het is moeilijk uit te leggen. Het leeft, de mensen zijn warmer, er zijn meer eetkraampjes langs de straat, het is gewoon veel leuker om over straat te wandelen en te iedereen goeiendag te zeggen. Ik ben echt blij dat ik weer terug ben en ik heb nu ook echt zin om flink met het openbaar vervoer rond te trekken naar allerlei kleine plaatsjes, op eigen houtje, zonder toeristen.

PS. De date met mijn masseusewas trouwens niet veel soeps, maar ik eindigde wel op een Thais verjaardagfeest, in een club, genaamd de PornPing, met de hele avond gratis whiskey.