The story continues...
Goedemorgen.
Nu op dit moment zit ik met een lege maag te wachten op mijn ontbijt, dat klaargemaakt wordt door Chris, de vriend van mijn Bart. Tegen Bart heb ik vanmorgen al gedag gezegd, de rest van de familie heb ik dit weekend gezien, mijn vrienden deze week en mijn ouders zijn als laatste aan de beurt. Het is allemaal wat dubbel: Zelf wil ik alles uit mijn leven halen en zoveel mogelijk ervaringen opdoen en lol trappen, maar dat betekent wel dat ik hier mijn leven (op dit moment) achter ga laten.
Het verhuizen was wel even lastig: Het warme gevoel van een eigen stek... Wacht effe, de brintapap is klaar... Ben ik weer! Heerijk om me op de laatste dag even te laten verwennen. Dus het gevoel van je warme stek te verlaten is wel raar, tegen iedereen weer gedag zeggen is vreemd, maar toen ik gisteren even op het vliegveld was om mijn nichtje uit te zwaaien, kriebelde het weer overal. Het liefste was ik direct op het vliegtuig gestapt, maar dat zou een beetje lullig zijn geweest voor pap en mam. Een ander obstakel (detail) was dat mijn vliegtuig vandaag pas vertrekt.
Rond 10.30u zullen mijn ouders hier zijn, dus tot die tijd heb ik de tijd om me klaar te douchen, scheren, tanden poetsen, nog een keer te ontbijten, mijn tas wat beter te organiseren, wat rek- en strekoefeningen te doen, nog een keer te ontbijten en wat lunch klaar te maken.
Gedraag jullie allemaal, doe geen dingen die ik ook niet zou doen en tot over een tijdje. Aan afscheid nemen doe ik niet, want we zien elkaar wel weer...
De zon zal altijd blijven schijnen
Dit is de laatste aanvulling op mijn reeks reisdagboeken en het voelt best vreemd. Precies een jaar geleden schreef ik mijn eerste, totaal geen idee hebbende van wat er op me af zou komen, vandaag schrijf ik mijn laatste en weer heb ik totaal geen idee wat ik kan verwachten van de komende tijd. Het voelt alsof ik in een gat spring. Aan de andere kant is dit wel weer een nieuw avontuur, een waar ik, na een jaar alleen rondreizen, hopelijk klaar voor ben.
Ik zal kort samenvatten wat ik in de laatste anderhalve week heb gedaan en dan wordt het tijd voor de conclusie. Na Nelson ben ik weer gaan liften, gelukkig stonk ik niet meer naar stinkdier, naar Radium. Wat een verschrikkelijk toeristengat, een en al resort. Het was dan ook verdomd moeilijk om van hier weer een lift te krijgen. Toeristen denken er niet aan om iemand op te pikken. Na twee uur in de regen met de duim omhoog werd ik eindelijk opgepikt door een local. Aan het eind van de dag was ik dan toch bij mijn eindbestimming, een wildernishostel in de Rocky Mountains. Geweldige plek: Zonder elektriciteit, omgeveven door bergen en natuur, ideaal startpunt om te gaan hiken. De hikes zijn zwaar, lang en dus de meer dan de moeite waard. 20km wandelen (met een klim van minimaal 400 meter) is zo'n beetje standaard hier. Na twee volle dagen hiken en drie dagen relaxen liftte ik naar mijn laatste bestemming: Calgary. Hier zit nu heerlijk niets te doen, een beetje rond te banjeren door de stad en mijn laatste zooi te organiseren voor de vlucht morgen.
In het afgelopen jaar heb ik behoorlijk veel meegemaakt en het meeste daarvan heb ik met jullie gedeeld. Ik ga er stiekem vanuit dat jullie het niet erg vinden dat ik de beste details voor mezelf heb gehouden. Als ik terugdenk, zijn er een aantal momenten en gebeurtenissen die meteen in me opkomen. Ik heb een lijst gemaakt van mijn top-10 meest memorabele (niet per se positieve) momenten. In willekeurige volgorde:
- Bunjeejumpen in Storms River (Zuid-Afrika)
- Op de bus zitten op weg naar Pokara (Nepal)
- Betrapt worden bij het fotograferen van de Burning Ghats en gedwongen worden om een veel te hoge boete te betalen (India)
- Aankomen in Thailand na twee maanden choatisch India
- Een week trainen in een Muay Thaikamp in Petchaburi (Thailand)
- Twee weken leven in het Kung-Fuklooster in Dali (China)
- Chen Jia Gou, het geboortedorp van Taiji, bezoeken (China)
- Het weerzien met Thijs op het vliegveld van Cairns (Australie)
- Met Gina in het ondergoed in de zee springen (Australie)
- Bestinkdierd worden in het midden van de nacht in een park in Nelson (Canada)
Gedurende het afgelopen jaar is door alle ervaringen mijn blik op de wereld en het leven behoorlijk veranderd en hopelijk ben ik hierdoor gegroeid. Het is nu moeilijk om voor mezelf te zeggen hoezeer ik veranderd ben. Dat merk ik pas als ik weer terug ben, maar ik kan wel zeggen dat ik nu heel anders denk ik over de mensen om me heen en wat ze voor me betekenen. In Zuid-Afrika was ik geirriteerd, mede doordat ik alleen maar druk bezig was met overleven, door hoe makkelijk de mensen omgingen met het woord 'vriendschap'. Het afgelopen jaar heb ik een heel andere kijk gekregen op dit woord. Ik vond een vriend altijd iemand die je door en door kent, die je volledig kunt vertrouwen etc. Als je alleen rondreist, is het onmogelijk om iemand te vinden die aan al die criteria voldoet, maar het is opmerkelijk hoe snel je een connectie voelt, gewoon door het feit dat je op dat moment niet meer alleen bent. Iemand die naar je luistert, die je snel wat geld voorschiet omdat je creditcard tijdelijk geblokkeerd is, die ook zin heeft in een potje kaarten, beschouw je al snel als een vriend. Zo'n vriend geeft je op dat moment precies waar je behoefte aan hebt. Ik denk dat dat het kenmerk is van een vriend en datzelfde geldt voor de mensen, waar ik me zo aan irriteerde, in Afrika. Alleen zijn hun behoeften basaler, maar daar daarom des te noodzakelijker.
Mijn gevoelens over terug naar huis gaan zijn, zoals jullie wel weten, behoorlijk dubbel. Ik geniet nu een vrijheid die moeilijk zal zijn om op te geven. Aan de andere kant verheug ik me erop om weer serieus aan de slag te gaan. Ik weet dat behoorlijk wat mensen bewondering hebben voor wat ik heb gedaan heb afgelopen jaar, maar dat is niet nodig. Ik ben geen held, ik heb alleen maar mijn droom nageleefd, zoals iedereen dat op zijn of haar eigen manier moet doen. Ik ben nog steeds bezig met mijn droom na te leven. Mede door de mensen die ik heb ontmoet, heb ik inspiratie opgedaan om nieuwe dingen te gaan doen. Wat me misschien nog het meeste heeft geinspireerd, is het overlijden van Ramon en gesprek met zijn moeder. Hierdoor ben ik me pas gaan realiseren hoe ongelofelijk kort het leven kan zijn, dat je vooral niet moet wachten om te doen wat je wilt. Als je iets wilt doen, doe het dan nu en geniet ervan. Morgen kan het misschien niet meer.
Als er iets is wat ik heb geleerd, dan is het om je geen zorgen te maken, alles te nemen zoals het komt en zoveel mogelijk te genieten, ook van de minder leuke momenten. Je zorgen maken heeft geen zin. Het kan niet altijd gaan zoals je dat graag wilt. Om af te sluiten wil ik een van mijn beste vrienden citeren:
'Alles komt goed. En zo niet, dan toch.'
The final challenge
Nadat ik alles in Nanaimo (gratis) had geregeld, al mijn bezittingen had gecheckt en de heroinespuit uit mijn kont had gehaald, ging ik verder naar Courtenay. Daar zou een heel mooi hostel zijn ergens in de wildernis. Geen geld voor de bus, geen auto, dus liften werd het nieuwe transportmiddel. Met een eigen auto doe je er ongeveer een uur over om daar te komen; ik deed er 6,5 uur over. Liften is best makkelijk, maar het duurt zo takkelang om de stad uit te komen. Daarna is het appeltje eitje. Maar het was de moeite waard. Het hostel was echt heel mooi, lag op zo'n tien minuten wandelafstand van een rivier waar je uit kon drinken. Zalig om in de je ondergoed in die rivier te springen, zeker in de Canadese zomer. Leuk weetje: Nederland is 1,25 keer zo groot als Vancouver Island, maar heeft ongeveer 21,6 keer zoveel inwoners. Als je dit de Canadesen vertelt, zijn ze spontaan van de leg.
Na twee dagen Courtenay trok ik vanaf het eiland terug naar het vasteland, naar Kelowna, viertien uur in de bus, dus iets te lang om te liften. Hier hoopte ik werk te vinden op een boerderij. Appels, perziken en kersen plukken is daar nu aan de orde van de dag. Maar weer werd het verdomd moeilijk om werk te vinden zonder werkvisum. Gelukkig kon ik in het hostel een paar uur poetsen voor twee gratis nachten en ze vergaten me een nacht aan te rekenen. Wie ben ik dan om te zeggen dat ik nog voor een extra nacht moet betalen? Ook kwam er out of the blue een man binnenwandelen die direct iemand nodig had om in zijn tuin te werken. Hoezee! Weer 55 dollar en twee broodjes subway in de pocket. Verder was er in Kelowna niets te doen, dus zodra alle hersenloze taken waren volbracht, wilde ik weer verder.
Iedereen in Canada vertelde me dat ik naar Nelson moest gaan, dus tja... als iedereen het zegt en doet... Ik begon de laatste tijd een beetje in te kakken en ik moet geld uitsparen, dus ik heb er een uitdaging van gemaakt om rond te trekken en te overnachten zonder geld te spenderen. Als er iets super is, is het liften. Nogmaals, de stad uitkomen is een hel, maar daarna is het zo ongelofelijk genieten. Je weet nooit bij wie je in de auto komt en waar je afgezet wordt. Op weg naar Nelson kreeg ik in totaal zes ritten van zes compleet verschillende persoonlijkheden: De (niet zo inteligente) hardwerkende en klagende huisvader, een chauffeur die boomstammen vervoert en de wildste verhalen kon vertellen over zijn jeugd, een enthousiaste oud-hippie, een jonge oliearbeider, een gepensioneerde zakenman in een cabrio en een oud-wereldreiziger. Heerlijk om met iedereen te auwhoeren en verschillende versies over dezelfde onderwerpen aan te horen. Het landschap waar ik doorheen tourde was ook onbeschrijfelijk mooi. Toen ik de oud-wereldreiziger vertelde dat mijn avondeten pinda's en noodles was, kreeg ik direct 20 dollar. Wie ben ik dan weer om te weigeren? Het enige minpunt van de hele rit was dat mijn memorycard kapot is en ik dus geen foto's kon maken van dit landschap. Nog minder is dat waarschijnlijk al mijn foto's van Canada (bijna 1200) verschwunden zijn. Is er iemand met een degelijk computerprogramma die hier misschien iets aan kan doen? Ik zou je liefhebben tot het eind van mijn leven als je die foto's zou kunnen redden!
In Nelson waren alle hostels voor de nacht vol, dus moest ik een nacht in een park slapen. 'Ach heb ik dat ook een keer gedaan. Kan toch niet zo erg zijn.' Wel als het kouder is dan je verwachtte en daar ik je korte broek ligt. Gelukkig kreeg ik gezelschap van een stinkdier. Wat een ongelofelijk lief beest. Het was ongetwijfeld een teken van zijn diepste affectie toen hij zijn hele zooi over me heen spoot. Liefde stinkt zullen we maar zeggen. Gadverdamme, er is echt geen geur in de wereld die opkan tegen Skunk Odeur. Mijn nacht was vanaf dat moment (2.30uur) voorbij. Aangezien ik pas om 8.00uur weer in het hostel terecht kon om te douchen, heb ik de rest van de nacht al kokhalzend doorgebracht.
Het hostel waar ik nu verblijf is wel heel fijn en ik kan weer wat klussen om voor onderdak te betalen. Nelson is heel mooi, overal rondom zijn bergen, rivieren en meren en de bevolking is grotendeels hippie. Niemand werkt, maar iedereen heeft geld. Hmmm..... Ik denk dat ik hier nog een dag om twee blijf en dan weer verder lift. Ik wil nog in de Rocky Mountains hiken en twee of drie dagen kamperen.
PS. De plaats Nelson die hieronder op de kaart staat aangegeven, is dus niet het Nelson waar ik nu ben. Canada ziet er net iets anders uit.
Platzak
Vancouver is zo'n beetje het Perth van Canada. Toen ik in Vancouver aankwam, kreeg ik eenzelfde vibe als toen ik in Perth aankwam: Een grote stad, maar heel laid-back. De mensen zijn heel tevreden en vriendelijk, overal zijn leuke parkjes ener isoveral wel iets te doen of te zien. Maar het meest typerende vind ik dat je een geweldige tijd kunt hebben door gewoon door de stad te wandelen, zonder dat je een rooie cent hoeft uit te geven. De stad leeft, het heeft een ziel.
Met het eerste hostel waar ik aankwam, was ik niet zo heel erg tevreden. Het hostel was oke, maar voor het geld dat ik moest betalen, wilde ik meer dan een oke-hostel. Ik vond een ander hostel voor een of twee dollar per nacht meer, dat direct downtown lag en in het midden van alles wat er te doen viel. Iedere avond werd er wel iets in het hostel georganiseerd, zoals een quiznacht, een filmavond en een wandeling naar het strand om daar de zonsondergang te bekijken. In dit hostel ben ik dan ook een week gebleven, lang genoeg om hier faam op te bouwen, Op zich best wel humor, als je een keer in je ondergoed voor de hele groep in de zee springt (mijn zwembroek ligt nog ergens in Toronto, echt waar!), kent iedereen je en als je een keer met zo'n honderd met helium gevulde ballonnen in het hostel aan komt zetten, ben je meteen populairder dan de Kerstman.
Buiten alle activiteiten die door het hostel georganiseerd worden, is er in en romdom Vancouver nog veel meer te doen. Stanley Park is mooi om doorheen te wandelen, mits je het overtoeristische 'Indianendorp' overslaat. Wat een verschrikkelijk overdreven Amerikaans gedoe. Maar goed, de kinderen vinden het leuk. Ook is er nog Grousse Mountain, met grizzleyberen (in kooien en wilde!) op de top en Lynn Valley, waar je geweldig kunt cliffjumpen. Jawel, deze held heeft dat ook gedaan, weer in zijn onderbroek, van maar liefs vier meter hoog!
Ik zou makkelijk langer dan een week in Vancouver kunnen blijven, maar dat is zonde van mijn tijd. Bovendien is Vancouver reteduur. Iets meer naar het westen ligt Vancouver Island, met als hoofdstad Victoria (vernoemd naar welke koningin?). Victoria is oke, maar binnen twee dagen heb je dit stadje gezien. Gelukkig kwam ik een stel hippies tegen, die mij en nog een paar anderen uit het hostel uitnodigden om mee te gaan tuben. Tuben is in een binnenband (een tube dus) zitten en de rivier afdrijven, niets doen, wat drinken en slap auwhoeren. Heel ontspannend, behalve als je in een stroomversnelling terecht komt. Ik ben wat aan de grote kant, dus mijn kont stak voordurend uit naar beneden en was een gewild slachtoffer voor uitstekende stenen. Mijn remsporen die ik op de stenen heb achtergelaten zijn nog steeds het bewijs van mijn aanwezigheid daar. Maar zonder auwhoerderij, het deed verdomd veel pijn, vooral als je stuitje voortdurende geraakt wordt. Als je dan ook nog eens drie keer in een versnelling kopje onder gaat als met zo'n beetje alles tegen de rotsen knalt, is de pret al snel voorbij. Ik heb het overleefd, maar ik hoef het voorlopig niet meer te doen.
Na drie dagen Victoria trok ik verder naar Nanaimo, een stad die helemaal niets te bieden heeft. Gelukkig zit ik hier in een huiselijk hostel, met gratis internet, een gratis wasmachine en ik kon vandaag wat ramen lappen om voor de komende nacht te betalen. En aangezien ik nu helemaal blut ben, is dat wel de moeite van het vervelen waard. Mijn kamergenotezuipt de hele dag door en spoot zichzelf helemaal vol met heroine vannacht, dus ik moet mijn creditcard goed in de gaten houden.
Veel mensen vragen me of ik zin heb om weer terug te gaan naar Nederland. Ik weet het eigenlijk helemaal niet. Ik heb zin om iedereen weer te zien en ik heb echt zin om te werken, maar ik weet niet of ik dit in Nederland wil blijven doen. Er is nog zoveel dat ik nog niet gezien en gedaan heb en er zijn zoveel mooiere plaatsendan Nederland.Maar erismaar een manier om erachter te komen of ik in Nederland wil blijven...
PS. Helemaal vergeten, voor iedereen die mij de afgelopen driekwart jaar op mijn oude nummer heeft gebeld of gesms't: Ik ben mijn simkaart sinds India kwijt. Hopelijk kan ik mijn oude nummer weer oppakken als ik weer terugben, maar voor nu heeft het geen zin om mij hierop te bellen of sms'en.
Van oost naar west
Het is weer ruim twee weken geleden dat ik een verhaal heb geschreven en jullie zullen wel denken dat ik niet meer aan het thuisfront denk. Mijn excuses voor alle emotionele problemen die ik jullie heb bezorgd. Hopelijk kan ik het hiermee goedmaken: Sorry, sorry, sorry. Ik zal jullie nooit vergeten!!!
Ik was dus in Kingston, de voormalige hoofdstad van Canada en van daaruit kreeg ik van de eigenaresse van het hostel een lift naar Ottawa, de huidige hoofdstad. Wat een schat van en vrouw, of had ik dat in het vorige verhaal al een keer gezegd. Ik weet het niet meer. Ottawa is, weliswaar de hoofdstad, maar het is eigenlijk een heel intiem stadje, met als hoogtepunt de Parliament Hill, het parlementsgebouw. Hier kun je een gratis rondleiding krijgen en het is best interessant. Je leert wat over de geschiedenis van Canada, niet dat die zo uitgebreid is (200 jaar), en het is best leuk om een parlementsgebouw van binnen te bekijken. Ze zijn hier behoorlijk open in dat soort zaken. Maar het mafste was nog de Light Show op Parliament Hill, die iedere avond om 22.00uur plaatsvindt. Het hele parlementsgebouw wordt een half uur lang verlicht, meer een kunstwerk dan een lichtshow.
Ik had me voorgenomen om deels door Canada te liften, om geld uit te sparen. Vol goede moed stond ik met een bordje 'Montreal' langs de autoweg, maar ruim twee uur staan en een politiewaarschuwing was 40 dollar voor de bus ineens niet meer zo heel veel. Op zich wel balen, maar ik heb het in ieder geval geprobeerd. Rond 15.00uur kwam ik daar aan en aangezien ik te groen was om een metrokaartje te kopen, kon ik in de brandende zon, en geloof me, de zomer is hier nu echt op z'n hoogtepunt, naar het hostel lopen. De wandeling duurde en half uur. Zelfs alle zwervers die ik onderweg tegenkwam en in Montreal zijn dat er nogal wat, stoven alle kanten uit, toen mijn okselodeur hun neusgaten binnendrong. Gelukkig werd ik niet gearresteerd wegens het in gevaar brengen van de openbare gezondheid of iets dergelijks en wonder boven wonder werd ik het hostel binnengelaten. Na een half uur lang opfrissen kon ik er weer tegenaan en ben ik Montreal maar eens gaan verkennen. Op zich is het niet echt een bijzondere stad, maar de mensen zijn best laid-back. Overal vind je parken waar je kunt rondhangen. Menigeen, en niet alleen zwervers, brengt hier de nacht door op een bankje. Het enige echte hoogtepunt is Parc Mont Royal. Vorige week zondag was hier een 'gathering of the drums'. Menig hippy kwam hier met een trommel naartoe om in een kring te tam-tammen. O ja, voordat ik het vergeet, Montreal is voornamelijk Frans. De naam komt dan ook van Mont Royal.
Na drie dagen Montreal wilde ik naar het westen. Op het internet boekte ik een buskaartje van Montreal naar Vancouver, een busrit van 75 uur en 35 minuten. Yeah baby! Na anderhalve dag kwam ik aan in Winnipeg, waar ik een goddelijke inval kreeg: In Saskatchewan, niet ver van North Battleford, heb ik familie wonen en het zou zonde zijn als ik niet even langs zou komen. Dus om 8.00uur 's ochtends pakte ik de telefoon: 'Hey, met Paul uit Nederland, kan ik langskomen?' 'Ja hoor, kom gerust!' Dus hup, nieuw buskaartje gekocht, in Canada kun je eenvoudig je buskaartje wijzigen, en na een busrit van nog eens veertien uur werd ik opgepikt door mijn achternicht. Ik had verwacht dat ik raar aangekeken zou worden, aangezien alles op de laatste minuut was geregeld, maar ik werd met open armen ontvangen. Ze verbleven de zomer in een vakantiehuisje aan Turtle Lake. Wat een paradijs! Heel relaxed huisje, prachtig meer, de hele ochtend vissen in een eigen vissersboot, knallen op een jetski, waterskieën en voor de rest barbecuën, bier drinken en niets doen. Van mijn discipline (vegetarisch leven, Taiji oefenen iedere dag enz..) was al snel vrij weinig meer over, maar het was het waard. Wat hebben we een lol gehad, vooral omdat ik absoluut niet kon waterskieën. Jetskieën kon ik gelukkig wel. Heerlijk om met 70k/uur over het water te vegen, tegen de ondergaande zon in. Als dit het hiernamaals is, bekeer ik me tot ieder geloof dat me dit belooft. Vissen was ook een groot feest. Ik had nog nooit een lijn uitgegooid en beetje stuntelig wierp ik mijn eerste lijn in het water, maar binnen 10 seconden had ik beet. Ik ben ervoor in de wieg gelegd...
Het was niet alleen lol, maar het was ook een hele ervaring om bij familie te blijven die ik nog nooit had ontmoet. Maar na een paar dagen was het toch wel mooi geweest. Ik kon hier makkelijk weken blijven, maar er was nog veel meer te zien. Weer stapte ik op de bus naar Vancouver, waarvoor ik nog steeds dat ene buskaartje had. Eigenlijk moest ik 15 dollar betalen om de datum te wijzigen. 'Oh, they never look at that. Just hop on.' zei de overgewichtige maar lieve vrouw achter de balie. Hoera, weer 15 dollar uitgespaard. Hiervan kan ik weer naar de kapper. De mensen in de bus zijn allemaal heel aardig, maar er zitten me toch een paar sjonnies tussen. Nogmaals, heel aardig, maar intellegentie is niet hun sterkste punt en ze laten het voortdurend horen.
In Regina moest ik vier uur wachten op de aansluiting, dus ben ik maar wat rond gaan banjeren. Uiteindelijk kwam ik uit in een achterwijk, waar ik ineens aangsproken werd door een familie die voor de deur zat te drinken. Ach, ook zij waren hartstikke vriendelijk, maar ik had heel sterk het vermoeden dat dit een inteeltfamilie was. Niet te omschrijven, je moet ze echt gezien hebben. Na nog eens 26 uur in bus, met een extra twee uur vertraging, kwam ik dan eindelijk aan in Vancouver. Ik heb nog niets van deze stad gezien, dus dat staat op planning van vandaag. Het hostel waar ik nu in zit, is niet het meest florisante, dus waarschijnlijk wissel ik vandaag of morgen nog even van hostel.
Ik heb nog ruim een maand om het westen te bekijken. Meer dan genoeg tijd. Ik hoop dat ik kan ervaren hoe de First-Nation People (zoals de Indianen hier genoemd worden) leven. Er zijn nog een paar dingen die ik wil doen: Een wandeling maken door de Rocky Mountains, nationale parken bezoeken, fruit plukken in Oganagan Valley, maar ik hoop echt dat het me lukt om een reservaat te bezoeken. Dat zou echt een nieuw hoogdtepunt zijn.
Climate shock
Van Australie naar Canada, van een kind onder de evenaar (wiekent hem nog? Kinderen voor Kinderen) naar een land boven de evenaar. Ik had wel verwacht dat het een hele andere wereld zou zijn en dat ik in een klimaatschok terecht zou komen, maar niet op deze manier. In Sydney was het zo'n tien graden, in Toronto zo'n dertig. Als je dan ook nog je zonnebrandcreme kwijt bent, is het helemaal feest.
In het vliegtuig vanuit Sydney was het duidelijk dat ik naar de VS vloog. Letterlijk de helft van de passagiers had een overgewicht en ik zag zelfs een man die gewoon niet uit zijn stoel kon komen. Waarom mag ik maar 20kg bagage meenemen als zij 120kg meezeulen? Het leven is niet eerlijk. Na zo'n 13 uur vliegen kwam ik aan inLos Angeles en daar mocht ik 3 uur wachten op mijn vlucht van 4 uur naar Toronto. In Toronto aangekomen moest ik met de bus, metro en weer met de bus naar het hostel. De laatste 2km moest ik lopen, omdat de bus ineens niet verder ging. Met andere woorden: Ik was moe en stinkendnaar zweet toen ik in het hostel aankwam en ik wilde slapen. Gewoon slapen. Je weet wel, met je ogen dicht en niemand die je lastig valt. Blijkbaar hebben ze in dat hostel een andere definitie van het woord slapen, want na drie uur relatieve rust werd ik wakkergetrommeld door een Engelsezatlap die de kamer in kwam strompelen en luidkeels begon te bazelen omdat hij zijn bed niet vond. Vijf minuten later viel hij uit zijn bed (stapelbed, bovenste bed) en voor de rest van de nacht heeft hij net zo hard liggen snurken als Geert Wilders klaagt over allochtonen in Nederland.
Hoe dan ook, de dagen daarna heb ik me toch bij elkaar geraapt om Toronto te gaan verkennen, maar ik moet zeggen dat ik niets aan deze stad vind. Het is groot, grauw en grijs en van dit soort steden heb ik al genoeg gezien. Het enige wat wel best aardig was, was Toronto Island. Dit was meer een groot groen park, lekker om wat rond te hangen en te lezen en na te denken over alles. Vooral dit laatste heb ik heel veel gedaan. Als je van een knus huiselijk leven naar een onpersoonlijke stad als Toronto gaat, voel je je al snel eenzaam, zeker als het hostel je ook niet bepaald een huiselijke sfeer beidt.
De Niagarawatervallen stonden hoog op mijn steeds kleiner wordende prioriteitenlijstje, maar ik vond ze eigenlijk een afknapper. Ze waren heel mooi, begrijp me niet verkeerd, maar alles er omheen was helemaal volgestort met Beton waar overal of een draaimolen, of een ijssalon, of een casino de kop op stak. Ik had verwacht iets van een natuurpark te vinden, geen pretpark. De Amerikaanse kant, je kon via een brug van Canada naar Amerika wandelen, was wel mooier om te wandelen, maar daar kon je de watervallen alleen maar van de bovenkant zien.
Al met al, Toronto is schijt en ik moest hier zo snel mogelijk weg. Woensdag boekte ik de bus naar Kingston en daar zit ik nu nog. Kingston is een heerlijk klein historisch plaatsje, vol oude gebouwen en kerken, heel veel kerken. De bevolking hier is weliswaar over het algemeen oud, maar heel vriendelijk en op iedere doordeweekse dag bieden ze in de St. George's Cathedral om 11.00 uur een gratis lunch aan. Paul + gratis lunch = (100 punten voor het meest creatieve antwoord). Voor de goede orde, Kingston was zo'n 200 jaar geleden de hoofdstad van de Canada, voordat deze status verplaatst werd naar Ottawa, omdat Kingston te dicht tegen de Amerikaanse grens lag en dus te kwetsbaar was voor aanvallen.
De eigenaresse van het hostel is ook een schat van een vrouw en ze had wel wat werk voor me in ruil voor gratis onderdak. Rondreizen en overnachten in Canada is duur en ik ben bijna blut, dus alles wat ik tegenkom, pak ik aan. Ik had het niet beter kunnen treffen: Twee dagen 'werken' in een huis, meer een kraakpand, zo goed alsin the middle of nowhere, direct naast Lake Ontario en in ruil mocht in daar twee nachten blijven. Het werk hield in dat ik de boel wat aan moest vegen en de ergste troep moest opruimen. Alles bijelkaar was dit misschien drie uurtjes werken en voor de rest heb ik wat in de zon gelegen, rondgehangen, in het meer gezwommen en geslapen. Vanavond ga ik verven in het huis van de dochter van de eigenaresse en als ik dit goed doe, kan ik dat morgen weer doen en krijg ik nog extra betaald ook. Als Nederland de WK nou nog wint, is mijn weekend helemaal goed.
Sinds Australie is mijn hele idee van rondreizen heel anders geworden. Ik weet niet of dat komt doordat ik het huiselijke mis, of doordat Canada heel duur is om rond te reizen, maar ik merk dat het vuur aan het doven is. Ik heb hier nog steeds de tijd van mijn leven, maar het is toch anders. Ik heb absoluut nog geen zin om terug te gaan en ik ben bang dat ik weer snel ga settelen als ik weer eenmaal terug ben. Hier heb ik mezelf op betrapt toen ik in Perth zat. Als er in ieder geval iets is wat ik niet wil, dan is het simpelweg mijn oude leven weer oppakken en verder gaan waar ik gebleven ben. Maar goed, me zorgen maken heeft geen zin, nu moet ik gewoon vooruit blijven gaan.
The second goodbye (part deux)
Stiekem ga ik ervan uit dat iedereen die dit leest, mijn laatste verhaal ook heeft gelezen, dus ga ik verder waar ik gebleven ben, al weet ik zelf niet meer precies waar dat was. Op goed geluk dan maar...
Eergisteren liet ik Perth en Gina achter me en dat was een hele rare ervaring. Ik was weer helemaal alleen, moest alles weer alleen regelen en had hier eigenlijk helemaal geen zin in.Toen ik in mijn hostel aankwam,voelde ik er ook niets voorommetiedereen te ouwehoeren. Ik wilde gewoon alleen zijn metmijn boek. Maar aangezien een boek niet veel troost biedt, verplichtte ik mezelf om toch door te gaan en Sydney te gaan bekijken.
Ik heb heel veel nagedacht over wat ik voelde en wilde, ik heb veel gepiekerd de afgelopen dagen en ik ben er nog steeds niet helemaal uit. Het enige waar ik nu achter ben, is dat ik me de afgelopen maand als een idioot heb gedragen. Ik heb me helemaaldoor mijn gevoellaten meeslepen, terwijl ik mezelf had voorgenomen dat dit niet zou gebeuren. Dat maakt nu alles heel raar, want ik was zo zeker van mezelf toen ik in Perth zat. Ik wist zo zeker wat ik wilde, en nu voelt het alsof ik een verrader ben van mezelf.
Hoe dan ook, dit is iets waar ik zelf uit moet komen en dat gaat me ook zeker wel lukken, dus ik ga niet alles op dit publieke medium zetten. Bij de pakken neerzitten heeft geen zin, de enige kant die ik op kan is vooruit. Dus dat ga ik zeer zeker ook doen. Gisteren heb ik door Sydney rondgebanjerd: Het Operahuis, de haven, de Harbour Bridge, de Botanical Garden, allemaal prachtig om te zien. Vandaag ga me voorbereiden op mijn vlucht naar Canada, ik heb nog een boek om uit te lezen en ik heb nog een nieuwe tandenborstel nodig. Genoeg te doen dus voor vandaag. Het hostel waar ik nu zit, zit vol met Duitsers, dus heb ik ook nog de kans om mijn Duits te verbeteren en braadworst te eten. Wat wil een backpacker nog meer?
Ik ga maar eens aan de slag. Mijn volgende update komt vanuit Canada. Ik ben benieuwd.
The second goodbye
Op dit moment is het dinsdagmiddag enmorgenvroeg om 5.45uur vertrekt mijn vliegtuig naar Sydney. Vanavond eet ik met Gina onze symbolische laatste pizza, die we ook aten in St. Lucia (waar ik haar heb leren kennen in Zuid-Afrika), en dan is gedaan met de gezelligheid. Entoch voelt het niet echt alsof dit het einde is. Misschien is het omdat ik het niet wil zien, of omdat er echt een vervolg aan vast zit, ik weet het niet. Er is maar een manier om daarachter te komen en dat is door verder te gaan.
Ik heb echt een geweldige tijd gehad hier met Gina, Jan en in mindere mate Ron, want die zag ik bijna nooit, maar het was soms ook heel verwarrend. Alleen in een nieuwe omgeving, bij mensen die je niet tot last wilt zijn, met Gina als enige vriend, dat maakt je extra kwetsbaar en onzeker. Gevoelens gaan met je op de loop, je probeert je draai te vinden in het huishouden en als dat even niet lukt, voel je je een nietsnut en een last. Tenminste, dat was bij mij het geval. Aan de andere kant maakte dit alles een deel van het gezin, in plaats van een gast.
Ik heb vandaag niet bijzonder veel tijd meer om deze update af te maken, dus beperk ik me vanaf nu tot het beschrijven wat wat we hebben gedaan. Als ik in Sudney ben, maak ik dit verhaal af. Dan heb ik hopelijk ook weer wat meer grip op wat ik voel.
Twee weken geleden kregen we een extra gast, Phakamani. Hij was een jongen uit Zuid-Afrika, uit de buurt van Durban, die hier naar scholen kwam om te vertellen over scholen in de streek waar hij vandaan kwam. Het was best interessant en grappig om hem over de vloer te hebben, zeker om een paar woorden Zulu te leren. Direct nadat Gina hem op het vliegtuig had gezet, vertrokken we met z'n vieren naar Donnelly River, om daar een weekend in een hutje te overnachten. Steenkoud in het midden van de nacht, maar heerlijk knus. Je gaat naar bed en wordt wakker met de kangoeroes, kleurrijke papegaaien vliegen je de hele dag om de oren en emu's vallen je de hele dag lastig omdat ze honger hebben. Als je je verveelt, maak je een wandeling door het bos om te genieten van de enorme bomen en de absolute stilte die er heerst.
Eenmaal terug begon de werkweek weer: Tuinieren en collecteren. Tuinieren was gezellig, collecteren niet, maar dit bracht wel meer geld in het laadje. Gina en ik zijn nog een paar keer naar het strand gegaan om van de zonsondergang te genieten, maar de eerste keer was het te bewolkt en de tweede keer waren we te laat. Tja, wat doe je in zo'n geval? Dan kun je maar een ding doen en dat is kleren uittrekken en in je ondergoed in het water springen. Lol, maar steenkoud.
Afgelopen zaterdag hebben we geprobeerd om naar de Pinnacles te rijden, zo'n kleine 300km ten noorden van Perth, maar uiteindelijk kwamen we erachter dat dit niet meer haalbaar was, dus draaiden we maar om en reden naar de chocoladefabriek. Ook leuk, en lekker! Uiteindelijk kwamen we uit bij Alfred's Kitchen, een plek waar ze heerlijke hamburgers verkopen. De beste hamburgertent ter wereld is trouwens Jus Burgers. Helaas had ik mijn camera niet bij me, maar mijn God, die hamburgers zijn reusachtig. Hoe ik die kangoeroeburger ooit naar binnen heb kunnen werken is me nog steeds een raadsel.
Zometeen ga ik maar eens beginnen met mijn tas in te pakken, dat scheelt morgenvroeg weer 10 minuten. Op zich wel grappig als ik mijn garderobe vergelijk met de die van de rest van het huishouden. Ik heb in totaal vier paar sokken, vier onderbroeken, drie t-shirts, twee truien, handschoenen, een muts en een paar schoenen en meer heb ik de aflopen tien maanden niet nodig gehad. Ik weet waar ik geld op ga uitsparen als ik weer terug ben!
'Als ik weer terug ben' klinkt heel raar. Aan de ene kant wil ik dolgraag iedereen weer zien, aan de andere kant is er nog zoveel te doen. Ik heb wel al wat ideeen voor de toekomst, maar die staan nog allemaal in hun kinderschoenen, dus die hou ik nu nog even voor me.
Binnen een paar dagen, in Sydney,schrijf ik weer een nieuwe update. Dan heb ik alles beter op een rijtje en kan ik wat neutraler schrijven.